Welke keuzes rond leren, werken, en zorgen maakte Suze Groeneweg?

portret van suze groeneweg in 1920

De keuzes van vrouwen en mannen worden al generaties gevormd door sociale normen over gender (wat mannen en vrouwen ‘horen te doen’). Deze normen worden zichtbaar in de studiebanken, op de werkvloer, en op het schoolplein. Mannen werken vaker fulltime en verdienen meer, terwijl vrouwen vaker parttime werken en het meeste doen in het huishouden. Dit roept de vraag op hoeveel speelruimte mannen en vrouwen in Nederland daadwerkelijk hebben om hun levensweg te kiezen. 

Echter, niet iedereen volgt het standaard levenspad. Ook vroeger waren er al vrouwen die wel een ander pad kozen. Hoe kwamen zij op dit pad? En wat kunnen we van hen leren?

Welke keuzes rond leren, werken, en zorgen maakten de vrouwen uit de geschiedenis van de vrouwenbeweging?

Op basis van archiefmateriaal kijken we terug naar de levenspaden van beroemde vrouwen uit de geschiedenis van de vrouwenbeweging. In deze aflevering: Suze Groeneweg, het eerste vrouwelijke Tweede Kamerlid van Nederland.

Leren

Suze Groeneweg is in 1875 in het dorpje Strijensas geboren en viel al jong op als een goede leerling. Echter was het voor meisjes, zeker op het platteland, ongebruikelijk om door te leren na de basisschool. Groenewegs vader wilde dan ook niet dat zij na haar veertiende door zou gaan met leren. Maar haar moeder hielp haar om door te zetten en Groeneweg ging een opleiding volgen tot onderwijzeres. Hiervoor moest zij elke dag twee uur naar school lopen. Al op haar veertiende maakte Groeneweg dus een keuze die afweek van de op dat moment geldende normen voor vrouwen.

Werken

Na haar opleiding ging Groeneweg aan de slag als docent. Tegenwoordig zijn de meeste leerkrachten op de basisschool vrouwen, en zou dit als een stereotiepe keuze gelden. In Groenewegs tijd werkten echter ongeveer evenveel mannen als vrouwen als leerkracht (in 1889, bijvoorbeeld, was 48,75% van de mensen in het onderwijs vrouw (PDF)). Daarmee was haar keuze om aan het werk te gaan op school niet per se een stereotiepe keuze. 

Naast haar docentschap zette Groeneweg zich in voor de Bond van Nederlandsche Onderwijzers (BNO), die opkwam voor de rechten van onderwijzers. Via de bond belandde ze uiteindelijk bij de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP), de voorloper van de huidige Partij van de Arbeid (PvdA). In 1918 werd zij als eerste vrouw in Nederland verkozen tot Tweede Kamerlid.

Groeneweg begaf zich met haar maatschappelijke en politieke activiteiten in een wereld die tot dan toe vrijwel volledig werd bemenst door mannen. Dit bleek wel uit het feit dat het Kamergebouw volledig op mannen was gebouwd, en speciaal voor Groeneweg een eigen kleedkamer en toilet werden ingericht. Dat Groeneweg zich in deze mannenwereld begaf was destijds zeer opvallend, en een goed voorbeeld van een counterstereotiepe keuze. De norm schreef immers voor dat vrouwen verantwoordelijk waren voor het huishouden en de opvoeding van kinderen. Het landsbestuur – dat was per definitie mannenwerk.

Samenwonen/trouwen en zorg voor de kinderen

Groeneweg is nooit getrouwd en had geen kinderen. Het feit dat Groeneweg nooit is getrouwd, was zeer ongebruikelijk. Het huwelijk en het krijgen van kinderen werd gezien als de voornaamste bestemming van de vrouw en in die tijd trouwde rond de 87-88% van de mannen, en 85-86% van de vrouwen (PDF) vaak al op jonge leeftijd.

Als Groeneweg zou trouwen, zou zij volgens de wet haar bekwaamheid verliezen: ze zou niet langer mogen werken in overheidsdienst en haar financiën niet langer zelf mogen beheren. Slechts 20% van de getrouwde vrouwen werkte in die tijd in een betaalde baan. Om haar carrière als onderwijzer en Tweede Kamerlid mogelijk te maken, was het voor Suze dus nodig om ook op het gebied van trouwen en kinderen krijgen, af te wijken van de norm.

Heb jij ook een keuze gemaakt die afwijkt van de norm? Laat het ons weten via pr@atria.nl

Op 24 mei 2022 verschijnt het onderzoeksrapport Vrij om te kiezen? van Atria. In dit rapport, een onderdeel van de alliantie Werk.en.de Toekomst, kijken we naar keuzes die jongvolwassen mannen en vrouwen in Nederland maken op het gebied van werken, zorgen en leren, en hoe die keuzes hun levensloop beïnvloeden. Zo geeft het rapport inzicht in de oorzaken van de genderongelijkheid in de verdeling tussen werken en zorgen.

Foto van Suze Groeneweg in 1920, Collectie IAV-Atria

Mickey Steijaert en Djoeke Ardon zijn onderzoekers en beleidsadviseurs bij Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis

Lees ook: Welke keuzes rond leren, werken, en zorgen maakte Sophie Redmond?

Delen:

Gerelateerde artikelen