‘Dolle Mina had dezelfde blindheid als iedereen toen’

Atria Reporters ‘Dolle Mina had dezelfde blindheid als iedereen toen’

Dolle Mina was brutaal, ludiek en mediageniek, maar ook heel wit en hetero. Dat maakte dat niet iedereen zich er thuis voelde. Hoe kijken de vertegenwoordigers van twee andere feministische actiegroepen uit die tijd naar Dolle Mina?

Gharietje Choenni (69) gaat doorgaans in broeken gekleed. Dus toen ze een keer op een feestje verscheen in een rok, trok dat aandacht. “Hé Dolle Mina”, werd er geroepen, “ben je geen feminist meer?” Choenni, die zich in de jaren zeventig en tachtig voornamelijk met de Surinaamse vrouwenbeweging bezighield, lacht bij die herinnering. “Ook in de Surinaamse gemeenschap staat Dolle Mina gelijk aan de tweede feministische golf”, zegt ze nu. “Terwijl men misschien niet eens weet wáár die term eigenlijk voor staat.”

En zo komt het dat ook Choenni voor Dolle Mina wordt aangezien, terwijl ze nooit deel heeft uitgemaakt van die groep. De feministische actiegroep Dolle Mina voert in januari 1970 haar eerste actie uit. Zo’n tien vrouwen en mannen bestormen mannenuniversiteit Nyenrode met de eis deze ook toegankelijk voor vrouwen te maken. Choenni voelt zich aangesproken door de ludieke acties van de Dolle Mina’s. “Ik vond hun directheid wel wat hebben. Zij hebben veel meer bereikt dan sommige andere groepen, die wat gezapiger waren.”

Dolle Mina heeft zich, misschien méér dan andere feministische actiegroepen uit die tijd, in het collectief geheugen weten te griffen. De mediagenieke acties van de groep zoals het nafluiten van mannen op straat, de bestorming van Nyenrode en de nu nog bekende slogan ‘baas in eigen buik’, hebben daar absoluut een rol in gespeeld.

Die acties leiden tegelijkertijd af van het feit dat Dolle Mina een voornamelijk witte, jonge, middenklasse en heteronormatieve club was. En in die groep voelde niet iedereen zich thuis. Hoe kijken de boegbeelden van twee andere feministische groepen uit die tijd naar Dolle Mina?

Racisme

Nu doet ze onderzoek naar de geschiedenis van Surinamers met Indiase afkomst, in de jaren zeventig studeert Gharietje Choenni in Leiden. Ze is in die tijd de enige zwarte studente op haar faculteit. Rond die tijd, de tijd van de eerste feministische golf, wordt ‘de vrouwenpraatgroep’ een fenomeen.

Vrouwen delen er hun ervaringen met het vrouw-zijn, en de problemen die dat met zich meebrengt. “Op mijn universiteit kwam ik in een praatgroep terecht met zwarte vrouwen, voornamelijk van Surinaamse en Antilliaanse afkomst”, zegt Choenni. “De groep was opgezet door een zwarte vrouw van een andere faculteit.”

Veel zaken die in vrouwenpraatgroepen worden besproken – zoals abortusrecht – zijn universeel voor de vrouwelijk ervaring. “Maar ervaringen die wij zwarte vrouwen hebben met racisme, hebben onze Nederlandse zusters niet”, zegt Choenni. “Op de universiteit heb ik ook alleen met witte mensen gewerkt, ik was het gewend. Ik had me bij een groep als Dolle Mina  misschien ook wel thuis gevoeld.” Maar voor zwarte vrouwen die dat niet gewend waren, was zich aansluiten bij een groep met voornamelijk witte vrouwen een enorme drempel, legt Choenni uit.

Lesbisch feminisme

Choenni is niet de enige die besluit haar feminisme buiten Dolle Mina om vorm te geven. “Ik hoorde van anderen dat vrouwenpraatgroepen spannend waren, en leuk”, zegt Maaike Meijer (71). “Maar je zat er wél allemaal heteroproblemen op te lossen.” Meijer – tijdens de tweede golf nog studente in Amsterdam, later hoogleraar genderstudies en nu biograaf en publicist –  wilde haar lesbisch-zijn juist met feminisme combineren.

“Een waardig zichtbaar leven voor lesbiennes bestond in die tijd niet”, zegt Meijer. In haar studententijd zoekt ze contact met radicale feministen en sluit zich aan bij de lesbische praatgroep Purperen Mien. Vier leden, waaronder Meijer, richtte vanuit die groep in 1972 de lesbische actiegroep en het gelijknamige blad Paarse September op.

Paarse September zet zich nadrukkelijk af tegen de heersende heteronorm, en verspreidt de bewust provocerende boodschap dat lesbisch-zijn een politieke keuze is. “Wij geloven niet meer in feministen die hun heteroseksualiteit niet principieel willen opgeven…”, schrijft Meijer in het eerste nummer van het blad, “…en daardoor alleen maar subtieler ingepast zullen worden binnen de bestaande onderdrukking van vrouwen.”

‘Het moet radicaler’

Over sommige dingen waren Dolle Mina, Paarse September en de zwarte- en migrantenvrouwenbeweging het eens. “Ook lesbische vrouwen kunnen verkracht worden en ongewenst zwanger raken”, zegt Meijer. En Choenni neemt zelf deel aan abortusdemonstraties van Dolle Mina.

Verschillen waren er ook genoeg. “Dolle Mina probeerde alle associaties met het lesbische te vermijden”, zegt Meijer. “Dat was niet sexy. Het beeld van lesbiennes was in die tijd zeer negatief: onaantrekkelijke mannenhaatsters.” De natuurlijkheid van heteroseksualiteit werd in de tijd van de tweede golf door niemand betwijfeld, meent ze. Ook door Dolle Mina niet. “Het was een leuke club met ontzettende feeling voor prikkelende acties en symboolpolitiek”, zegt Meijer. “Maar ze waren ook enorm hetero. Ze maakten zelfs gebruik van hun aantrekkelijke vrouwelijke boegbeelden. En wij dachten: het moet veel radicaler.”

Choenni is in 1980 één van de oprichtsters van Ashanti, een onafhankelijk marxistisch vrouwenblad voor en door Surinaamse vrouwen. Die groep had andere strijdpunten dan witte feministen. “Wij waren meer verbonden met andere landen buiten het westen, waar veel armoede heerste”, aldus Choenni. “Ashanti richtte zich op voornamelijk armere vrouwen. Daar maakte Dolle Mina zich bijvoorbeeld niet zo druk om in die tijd”, zegt Choenni.

Dat juist Dolle Mina zo bleef plakken in het collectief geheugen, kwam door haar vorm van actievoeren, denkt ook Choenni. “De Dolle Mina’s traden in de openbaarheid. En het waren ook nog eens mooie jonge vrouwen en mannen. Dat trok aandacht.”

“Dat bewegingen worden gereduceerd tot het topje van de ijsberg en alles wordt verkleind en versmald, is eigen aan geschiedschrijving”,, zegt Meijer. En Paarse september hief zichzelf, in tegenstelling tot Dolle Mina, na een vrij korte periode op. “Na anderhalf jaar werd het heel vermoeiend”, zegt Meijer. “We merkten dat ons gedachtengoed bij ons bleef steken. Andere groepen konden altijd iemand van ons uitnodigen op bijeenkomsten, daar kon je dan mee van mening verschillen. Na een tijd dachten we: doe het zelf!”

Blindheid

Kun je het gebrek aan diversiteit Dolle Mina eigenlijk aanrekenen? De huidige feministische beweging is allang niet meer zo wit en zo hetero als dat hij was. “Dolle Mina had gewoon dezelfde blindheid die iedereen toen had”, zegt Meijer. “Is het begrijpelijk dat mijn eigen moeder het een ramp vond toen ik vertelde dat ik lesbisch was? Die generatie werd geïndoctrineerd met een beeld van ‘normaal’. Het is te gemakkelijk om daar achteraf een oordeel over te hebben.”

Het zou mooi geweest zijn als Dolle Mina wat meer aandacht had besteed aan vrouwen van kleur, denkt Choenni, maar dat is met de kennis van nu makkelijk praten. “Dankzij de Black Lives Matter-beweging is racisme echt bespreekbaar geworden”, zegt Choenni. “Pas in de tweede helft van de jaren zeventig, vijf jaar nadat de eerste Dolle Mina’s Nyenrode bestormden, ontstonden de eerste bewegingen van zwarte- en migrantenvrouwen.”

Dat is logisch, vindt Choenni. “Veel vrouwen uit Suriname of Turkije bijvoorbeeld, waren begin jaren zeventig nog bezig hun eigen plekje in de samenleving te zoeken”, zegt ze. “Pas als je geworteld bent, kun je je eigen acties gaan opzetten. Was Dolle Mina tóen ontstaan, was ik ziedend geweest over het gebrek aan kleur.”

En ja, racisme bestond in de jaren zeventig natuurlijk ook al, zeg Choenni. Maar men moet Dolle Mina in de context van haar tijd zien, bepleit ze. “Diversiteit was voor hen gewoon te ver gezocht. En je kunt alleen voor anderen opkomen, als je eigen positie sterk is.”

Marit Willemsen (1993) schrijft achtergrondverhalen en interviews voor onder andere NRC, Vrij Nederland en Nijmeegs Universiteitsblad Vox. Haar verhalen over onderwerpen als wetenschap of arbeidsmarkt raken vaak aan diversiteit en emancipatie, dat resulteerde eerder in stukken over de mannenpil en partnerschapsverlof. Ook modereert ze debatten over film, feminisme en meer. De Atria Reporters maken dit jaar een publicatie in het kader van 50 jaar Dolle Mina. Lees hier meer over de Atria Reporters van 2020. 

Meer weten over Dolle Mina? Kijk op onze pagina over de online tour Door Dolle Mina of bekijk de YouTube livestream van de Dolle Mina lezing met Mandu Reid.

Beeld: De drie dames van Paarse September laten hun achterste zien. Maaike Meijer, Noor van Crevel en Stephanie de Voogd. © Chris Voets, 1974. Collectie IAV-Atria.

Delen:

Gerelateerde artikelen