Dolle Mina

special Dolle Mina

Dolle Mina was een linkse, radicaal feministische actiegroep, ontstaan in december 1969. Met ludieke acties wilde zij de rechten van vrouwen verbeteren.

Meld je ook aan voor de online tour Door Dolle Mina (v.a. 5/11/2020)

Waarom Dolle Mina?

Dolle Mina begon in september 1969 als een handvol vrouwen én mannen, die uit eigen ervaring onvrede deelden met de plaats en de mogelijkheden van vrouwen, zowel in hun privéleven als in de maatschappij. Ondanks de formele rechten die vrouwen hadden, was er nog veel onrecht en achterstelling. De initiatiefnemers bestond uit leden van de Socialistische Jeugd (SJ) die voorstander waren van een nieuwe vrouwenbeweging. Hun inspiratiebronnen waren actievoerende vrouwen in de VS en de Maagdenhuisbezetting in Amsterdam.
Lees en bekijk ook de aflevering van Andere Tijden “Mina en haar mannen”.

De naam Dolle Mina

De naam ontleende de actiegroep aan de bijnaam van de vrouwenstrijdster Wilhelmina Drucker (1847-1925). Deze strijdbare feministe van het eerste uur had als bijnaam ‘IJzeren Mina’. Wilhelmina Drucker streed tegen onrechtvaardige wetten en verouderde zeden.

Dolle Mina’s van het eerste uur waren onder meer Nora Rozenbroek, Friedl Baruch, Claudette van Trikt, Selma Leydesdorff, Marjan Sax, Miklos Racz en Loes Mallée, en Henriëtte Schatz.

Wat was de doelstelling van Dolle Mina?

Op het eerste congres (april 1970) heeft Dolle Mina met veel moeite een verklaring opgesteld:

“Ervan uitgaande dat een rolverdeling tussen man en vrouw niet te verdedigen is op grond van biologisch onderscheid, stelt Dolle Mina zich een maatschappijverandering ten doel, die gelijke ontplooiingskansen voor iedereen en onafhankelijk van sekse mogelijk maakt. Dit kan worden verwezenlijkt door middel van sociale strijd, bewustwording en mentaliteitsverandering en daardoor beëindiging van de sociaal-economische ondergeschiktheid zowel van man als vrouw”.

Hoe ging Dolle Mina te werk?

De actiegroep wist met grote publieksacties de aandacht van media en politiek te trekken voor de emancipatie van vrouwen. De eerste actie was op 23 januari 1970, de bestorming van kasteel Nijenrode, tot dan toe alleen toegankelijk voor mannelijke studenten. De actie werd gevolgd door de verbranding van een dameskorset bij het standbeeld van Wilhelmina Drucker. Een paar dagen later werden openbare urinoirs dichtgebonden met roze linten uit protest tegen het ontbreken van openbare toiletten voor vrouwen.
Binnen een paar weken had Dolle Mina duizenden aanhangers. Als een orkaan trok de nieuwe actiegroep door Amsterdam en al heel snel door heel Nederland en later ook België. Vlak na de start werden er werkgroepen gevormd. De meeste werkgroepen legden zich toe op praktische zaken als abortus, crèches, gelijke betaling voor gelijk werk en ongehuwde moeders. Daarnaast werd er een theoriewerkgroep opgericht die zich ontfermde over scholing.

Overzicht acties van Dolle Mina

Wat wilde Dolle Mina bereiken?

  • Gelijk loon voor gelijke arbeid
  • Meer en betere seksuele voorlichting en opvoeding
  • Strijd tegen de dubbele seksuele moraal
  • Goede anticonceptie
  • Zelfbeslissing over abortus (‘Baas in eigen Buik’)
  • Gelijke opvoeding voor jongens en meisjes
  • Uitbreiding van het aantal kindercentra: crèches, peuterspeelzalen, overblijfgelegenheden
  • Veilige kinderspeelplaatsen
  • Geen slavinnenrol voor de huisvrouw
  • Geen achterstelling van de gehuwde moeder
  • Werk voor de gehuwde vrouw, als dat haar wens is
  • Openbare toiletten ook voor vrouwen
  • Alle opleidingen ook toegankelijk voor vrouwen
  • Verbetering en democratisering van het onderwijs
  • Mannen moeten dienst kunnen weigeren
  • Tegen de ‘Missverkiezing’

Wat heeft de actiegroep bereikt?

dolle mina's demonstreren voor recht op geboortebeperking en abortus in 1970 in Utrecht

Dolle Mina’s demonstreren voor het recht op geboortebeperking en abortus, 1970, Utrecht © Spaarnestad

Rond 1975 gingen Dolle Mina’s eigenlijk alleen nog voor abortusdemonstraties massaal de straat op. Dolle Mina had zich voortgezet in talloze actiegroepen en organisaties: praatgroepen, VOS-cursussen, vrouwenhuizen. De (strijd voor) emancipatie breidde zich uit. Vrouwen gingen participeren in politieke partijen en de vakbonden. Aan de universiteiten ontstond ‘vrouwenstudies’. Stichting de Ombudsvrouw werd opgericht, evenals vrouwentelefoons en Blijf van m’n Lijfhuizen. Ook waren er inmiddels overblijfmogelijkheden voor schoolgaande kinderen, uitgebreidere voorlichting over anticonceptie en abortusklinieken.

“Het bestaan van zwarte vrouwen wordt ontkend, althans niet gezien en niet gehoord.”

Zo begon Julia da Lima, een Nederlands-Molukse feministe, haar onaangekondigde openingsrede op de Winteruniversiteit Vrouwenstudies in 1983.
In de jaren 80 kwam er in de feministische beweging steeds meer aandacht voor verschillen tussen vrouwen. Kritiek op de dominante witte benadering binnen het feminisme kwam onder meer vanuit het zwarte feminisme in de Verenigde Staten. In 1985 ontstond Flamboyant, het landelijk ontmoetings- en documentatiecentrum voor zwarte en migrantenvrouwen in Amsterdam.
Zie voor meer info: Caleidoscopische visies: de zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwenbeweging in Nederland (digitale publicatie)
Lees hierin ook over ‘Sister Outsider‘, opgericht in de jaren 80 door vier strijdbare zwarte vrouwen, omdat zij voelen dat zij binnen de witte lesbische beweging niet aan bod komen.

Dolle Mina nu

Dolle Mina is nog steeds bekend bij het grote publiek als symbool van het na-oorlogse feminisme. Ze staat in het collectieve geheugen gegrift als een groep jonge meiden met lef, die met ludieke acties verandering eisten. De actiepunten van Dolle Mina zijn echter nog steeds actueel. De emancipatie is nog niet voltooid. Verworvenheden als gelijke lonen en kansen voor mannen en vrouwen, betere kinderopvang, seksuele vrijheid en een nieuwe rolverdeling tussen mannen en vrouwen zijn nog altijd onderwerp van maatschappelijk debat.

Lees verder

Delen:

Gerelateerde artikelen