Annette Versluys-Poelman

biografie Annette Versluys-Poelman

Annette Versluys-Poelman was feministe en vrouwenkiesrechtactiviste.

Het leven en werk van Annette Versluys-Poelman

Zij was de dochter van Adriaan Louis Poelman, hervormd predikant, journalist en Tweede Kamerlid, en Catharina Reijnders. Op 3 april 1876 huwde zij met Willem Versluijs (bekend onder de naam Versluys), uitgever (1851-1937). Uit dit huwelijk werden vier zoons geboren.

Annette Poelman groeide op in een vooruitstrevend gezin. Net als haar vijf zussen leerde zij door voor onderwijzeres. Zij zou dit beroep echter nooit uitoefenen. In 1876 huwde zij Willem Versluys, die sinds 1875 werkzaam was als boekhandelaar-uitgever te Groningen. In 1882 verhuisde het gezin en de uitgeverij naar Amsterdam. In 1885 werd Versluys uitgever van De Nieuwe Gids, en zodoende ook van het werk van Tachtigers als Willem Kloos, Frederik van Eeden en Albert Verwey. Als het bohémien-leven dat zij leidden hen te veel werd, ving Annette Versluys-Poelman, die in die periode voor het huishouden en de kinderen zorgde, hen op. Vanaf 1894 was Annette ook werkzaam in de uitgeverij. Na dat jaar verscheen er menig feministische uitgave bij Versluys.

Wie: Annette Versluys-Poelman
Geboortedatum: 8 juni 1853
Geboorteplaats: Holwierde, Nederland
Sterfdatum: 10 februari 1914
Plaats van overlijden: Amsterdam, Nederland
Alternatieve naam: Annette Wiea Luka Poelman, Anette Wia Luka Poelman, Annette Versluijs-Poelman

In 1892 was Annette Versluys-Poelman in contact gekomen met Wilhelmina Drucker. Daarna bleef zij actief in de vrouwenbeweging. Zij zette zich met name in tegen de dubbele seksuele moraal, en ongelijke rechten van vrouwen op politiek, juridisch, economisch en sociaal terrein. Zij vond dat er onderlinge solidariteit tussen vrouwen moest zijn. Zo introduceerde zij bijvoorbeeld het idee van een moederschapsverzekering.

Vrouwenkiesrecht

In 1894 was zij medeoprichtster van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Bij gebrek aan andere kandidaten – niemand durfde zich publiekelijk te verbinden aan zo’n omstreden onderwerp – besloot Versluys-Poelman uiteindelijk het presidentschap op zich te nemen. Zij zou het voorzitterschap jarenlang bekleden, tot 1903. In die jaren hield zij vele lezingen over vrouwenkiesrecht en mengde zij zich in tal van kwesties die het vrouwenbelang aangingen. Haar voorzitterschap werd later beschreven als bezield en doortastend.

Zij trad af als presidente omdat haar achterban het niet meer eens was met haar werkwijze. Die bestond uit het laten horen van de stem van vrouwen, niet alleen over vrouwenkiesrecht, maar over allerlei onderwerpen in de politiek. Ook al hebben vrouwen geen kiesrecht, zij hebben wel een mening, vond Versluys-Poelman. Door die mening te laten horen zouden enerzijds de heren wetgevers eraan worden herinnerd dat er ook nog vrouwen waren en zouden anderzijds de leden van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht politiek inzicht verwerven. Zelf had zij politiek inzicht gekregen doordat zij haar blinde vader regelmatig de Tweede Kamerstukken moest voorlezen. Menig ‘adres’ werd onder haar voorzitterschap naar Den Haag gestuurd.

In 1897 richtte zij samen met dr. Jan Rutgers, naamgever van de latere Rutgersstichting, en zijn vrouw Mietje Hoitsema, die later intensief betrokken zouden raken bij de Neomalthusiaanse Bond, de Vereeniging Onderlinge Vrouwenbescherming (OV) op. Versluys-Poelman was van 1901 tot 1904 presidente van deze Bond, die zich inzette voor financiële en morele ondersteuning aan ongehuwde moeders en hun kinderen. Versluys-Poelman was een fel tegenstandster van de dubbele moraal waardoor ongehuwde moeders veroordeeld werden, terwijl de verwekkers van de kinderen vrijuit gingen. In 1909 werd een wet ingevoerd die stelde dat de ongehuwde vader verplicht kon worden aan het onderhoud van zijn kind bij te dragen. Versluys-Poelman zorgde ervoor dat er een Leiddraad voor de toepassing werd opgesteld, waardoor ongehuwde moeders ook daadwerkelijk van deze mogelijkheid gebruik zouden maken.

Al snel nam Versluys-Poelman echter afstand van de Vereeniging Onderlinge Vrouwenbescherming. Deze begon zich namelijk steeds meer tot een filantropische instelling te ontwikkelen, waardoor het door haar voorgestane solidariteitsbeginsel tussen vrouwen leek te verdwijnen. Uit een fonds van OV wist zij in 1905 ‘Tehuis Annette’ op te richten, in de Amsterdamse Alberdingk Thijmstraat. Het was een tehuis voor ongehuwde moeders en hun kinderen, waarvan Versluys-Poelman tot haar dood in 1914 presidente zou zijn. In Tehuis Annette werden vrouwen niet alleen opgevangen, maar ook gestimuleerd om werk te zoeken en een zelfstandig bestaan op te bouwen. Hun kinderen hoefden ze daarvoor niet af te staan, die werden opgevangen als de moeder uit werken ging, waardoor een crèche ‘avant la lettre’ ontstond.

De laatste jaren van haar leven kampte Annette Versluys-Poelman met een zwakke gezondheid en moest ze het rustiger aan gaan doen. Toch bleef ze actief. In 1908 was zij betrokken bij de financiële organisatie van het derde internationale congres van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht in Amsterdam. In 1911 was zij een van de weinige vrouwen die de oproep van het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee om homoseksuelen rechtvaardig te beoordelen, ondertekenden. Zij was lid van het Algemeen Comité van de Tentoonstelling ‘De Vrouw 1813-1913’ en medeorganisatrice van de ‘stille betooging’ op het Binnenhof in Den Haag voor grondwettelijke gelijkstelling van mannen en vrouwen op 13 september 1913.

Publicaties van Annette Versluys-Poelman

Auteur biografie: Eva van der Plas
Website: Poelman
Archieven: Archief Annette Wia Luka Versluys-Poelman (1853-1914), Aletta instituut voor vrouwengeschiedenis te Amsterdam (huidige Atria)

Delen:

Gerelateerde artikelen