Etty Hillesum: beroemd dagboekschrijfster

zwart-wit portretfoto van etty hillesum met hand onder kin

Etty Hillesum is wereldberoemd geworden door haar dagboeken die ze bijhield tijdens de Tweede Wereldoorlog. Haar dagboeken werden in 1981 uitgegeven onder de naam Het verstoorde leven. Ook nu is haar dagboek actueel en een inspiratiebron voor velen.

Naar aanleiding van haar werk worden al jaren lang theatervoorstellingen, schilderijen en muziek gemaakt, boeken en biografieën geschreven. In september van dit jaar verscheen bijvoorbeeld de biografie Etty Hillesum- Het verhaal van haar leven van Judith Koelemeijer. Ook besteed het Joodse Museum in Amsterdam aandacht aan Etty Hillesum in de vorm van de tentoonstelling Etty & Leonie (te bezoeken tot 10 april 2023).

Wie was Etty Hillesum?

Etty Hillesum is geboren op 15 januari 1914 in Middelburg. Op haar 18de vertrok ze naar Amsterdam om daar rechten en daarna Slavische talen te studeren. In deze stad kwam ze in contact met Julius Spier, een handlezer, die haar leermeester en grote liefde werd. Hij hielp Hillesum met haar innerlijke transformatie en raadde haar aan om dit proces op te schrijven. In 1941 en 1942 schreef ze in totaal 8 notitieboeken vol met op de achtergrond de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Jaren later in 1981 werden haar dagboeken voor het eerst uitgegeven onder de titel Het verstoorde leven. Etty’s dagboeken werden wereldberoemd. Het is een uniek nalatenschap wat niet alleen een goed beeld geeft van de anti-Joodse maatregelen en deportaties, maar ook hoe Etty Hillesum positief bleef in een tijd van miserie.

Vooruit dan maar!

Op 9 maart 1941 begon Etty Hillesum haar dagboek met deze woorden. Hillesum was 2 weken hiervoor in therapie gegaan bij Julius Spier, een handlezer. Hij had haar aangeraden om haar emoties en gedachten op te schrijven in een dagboek. Ze kampte met grote innerlijke chaos. Daarnaast was ze bang dat ze, net zoals haar broers, opgenomen zou worden in een inrichting voor mensen met ernstige geestelijke problemen. Spier leerde haar gymnastiek en ademhalingsoefeningen. Ook spraken de twee uren met elkaar over bijvoorbeeld Etty’s depressies en maatschappelijke vraagstukken. In haar dagboek en brieven is de transformatie goed te zien van innerlijke chaos naar innerlijke rust. Gaandeweg begon Hillesum steeds meer van het leven te genieten, ondanks dat ze een Joodse vrouw was in bezet Nederland. Op 27 maart 1942 schreef ze bijvoorbeeld:

“Is dit werkelijk míjn leven? Zo vol, zo rijk, zo intensief en zo mooi?”

Ook ontwikkelde ze een belangrijke relatie met God.

blauw schrift met rechts een pagina met handgeschreven tekst

Dagboek Etty Hillesum, deel 1, via Wikimedia Commons

Julius Spier

Naast dat Julius Spier haar adviseerde om een dagboek bij te houden, komt hij ook veelvuldig voor in haar dagboeken. Ze voelde zich enorm aangetrokken tot Spier. Hillesum vond zelf dat dit haar tegenhield om die innerlijke rust te bereiken. Deze tweestrijd is erg duidelijk leesbaar in het begin van haar dagboeken, bijvoorbeeld op 20 maart 1941. Ze schreef:

“Vanochtend heel in de vroegte plotseling die wijde horizon: je hele leven ligt voor je, je begint nu pas te leven, nu de innerlijke krachten georganiseerd worden, je moet de blik op dit hele leven gevestigd houden, het moet altijd op de achtergrond zijn en niet alleen de blik gevestigd houden op Vrijdagmiddag, wanneer je hem weer zult zien, niet denken dat er alléén deze man is en niets anders.”

Uiteindelijk kreeg ze een affaire met Spier. Deze affaire werd steeds meer spiritueler van aard. Ze schreef op 28 juli 1942 over het idee om te trouwen met Julius Spier:

“Maar ‘trouwen’, wat de brave burger noemt trouwen, laat ik me eindelijk nu eens heel nuchter en eerlijk zeggen, dat ik dat niet zou willen. En het geeft me juist zo’n gevoel van kracht, dat ik mijn weg alleen zal moeten gaan.”

Liefde voor allen

Julius Spier inspireerde Etty ook om haar medemens lief te hebben. Zelfs in tijden waarin de nazi’s de Joden steeds openlijker begonnen te vervolgen. Op 15 maart schreef ze:

“En al zou er nog maar één fatsoenlijke Duitser bestaan, dan zou die het waard zijn in bescherming genomen te worden tegen de hele barbaarse bende en om die éne fatsoenlijke Duitser zou men dan niet zijn haat mogen uitgieten over een geheel volk.”

Ze noemde haat een ziekte van de eigen ziel.

Massenschicksal

Hillesum kreeg meerdere malen een aanbod om onder te duiken. Dit wilde ze echter niet, omdat ze  het lot van haar volk wilde delen. Dit noemt ze ook wel ‘massenschicksal’. In haar dagboek schreef ze dat als zij niet naar Westerbork en op transport zou gaan naar het Oosten een ander daarvoor in de plaats zou komen. Zo schrijft ze op 10 juli 1942:

“En ieder, die zichzelf nog wil redden en die toch wel weten kan, dat, wanneer hij niet gaat, daarvoor een ander in de plaats moet gaan.”

Joodse Raad

In 1942 kreeg Etty Hillesum een baantje bij de Joodse Raad in Amsterdam. In de eerste instantie wilde ze niks te maken hebben met deze organisatie, omdat personeel van de Joodse Raad een vrijstelling kreeg van deportatie. Dit ging in tegen haar idee van het ‘massenschicksal’. Uiteindelijk solliciteerde ze toch voor een baan bij de Joodse Raad na aandringen van haar oudste broer. Het administratieve werk dat ze daar deed vond ze maar niks en ze diende een verzoek in om als sociaal werker aan de slag te gaan in kamp Westerbork. Dit werk vond ze wel zinvol. Ze had de taak om voor alle mannen, vrouwen en kinderen te zorgen die op transport werden gezet naar Oost-Europa. Door haar werk mocht ze vanuit Kamp Westerbork nog een aantal malen terugkeren naar Amsterdam. Dit eindigde op 6 juni. Toen mocht ze kamp Westerbork niet meer verlaten.

Zo, nu ben ik dus in de hel

Het dagboek en de brieven geven een idee van hoe het was in kamp Westerbork. Haar dagboek en brieven waren zogezegd de oren en ogen van een stuk van de Joodse geschiedenis. In één van Etty’s brieven gedateerd op 8 juni 1943 beschreef ze bijna poëtisch wat er voor haar ogen gebeurd:

“De lucht is vol vogels, de paarse lupines staan daar zo vorstelijk en vredig. Op die kist zijn twee oude keuvelende vrouwtjes gaan zitten. De zon schijnt op mijn gezicht en vlak voor onze ogen geschiedt een massamoord. Het is zo onbegrijpelijk alles. Met mij gaat alles goed.”

Ook geeft haar dagboek een goed beeld van de situatie in het kamp wanneer er een transport aangekondigd werd. Bijvoorbeeld in de brief die ze schreef op 24 augustus 1943 toen tientallen Joden plotseling op transport moesten nadat een man geprobeerd had om te ontsnappen. Ze schreef over de moeders met hun kinderen en de zieken die ze hielp klaar te maken voor transport. Ook over de onwerkelijkheid van de situatie. Dat juist de zwakkeren nu op transport werden gezet Na deze avond kon ze hardop zeggen dat ze in de hel was beland.

“Maar ik ga vannacht baby’s aankleden en moeders kalmerend toespreken en dat noem ik dan ‘helpen’. Ik zou me hier bijna om kunnen vervloeken. We weten toch, dat we onze zieken en weerlozen gaan prijsgeven aan honger, aan hitte en kou en onbeschutheid en verdelging en we kleden ze zelf aan en geleiden ze naar de kale beestenwagens – als ze niet kunnen lopen, dan maar op brancards. Wat gebeurt er toch allemaal, wat zijn dat voor raadselachtigheden, in wat voor een noodlottig mechanisme zitten we verstrikt?”

Ondanks deze verschrikkingen in het kamp wist Etty Hillesum telkens weer het goede van het leven in te zien. Op 3 juli 1943 schreef ze in een brief:

“Ik wilde alleen maar dit zeggen: de ellende is werkelijk groot en toch loop ik dikwijls, later op de avond, als de dag achter je in een diepte weggezonken is, met een veerkrachtige pas langs het prikkeldraad en dan stijgt er altijd weer uit m’n hart naar boven – ik kan er niets aan doen, het is nu eenmaal zo, het is van een elementaire kracht -: dit leven is iets prachtigs en iets groots, we moeten nog een hele nieuwe wereld opbouwen later – en tegen iedere wandaad te meer en gruwelijkheid te meer hebben wij een stukje liefde en goedheid te meer tegenover te stellen, dat we in onszelf veroveren moeten.”

Auschwitz

Op 7 september werd Etty Hillesum met haar familie op transport gezet naar Auschwitz. De dag van haar transport wordt beschreven in een brief die Jopie Vleeschhouwer schreef rond 7 september 1943. Jopie zat net zoals de familie in kamp Westerbork. In de brief vertelde hij bijvoorbeeld dat Etty niet bij haar ouders en jongste broertje Mischa in de wagon zat. Dit was een bewuste keuze. Voor Hillesum was de angst groot om haar naasten te zien lijden. Zo stelde ze dat het “makkelijker is om uit de verte voor iemand te bidden dan hem naast je te zien lijden.” Ze noemde dit lafheid van haarzelf.

Ook in Jopie’s brief komt haar wil om het lot van haar volk te delen weer terug. Hij schreef:

“Maar we gaan verder, terwijl ik dit schrijf gaat alles ook weer verder en zijzelf gaat ook verder en verder naar het Oosten, waar ze eigenlijk zo graag naartoe wilde. Ze was eigenlijk ook wel een beetje blij geloof ik, dàt ze deze ervaringen nu ging opdoen, dat ze nu ook alles en alles mee moest gaan beleven, wat er voor ons is weggelegd.”

Of ze deze instelling nog steeds had bij aankomst in Auschwitz is voor niemand meer te achterhalen. Etty Hillesum kwam om het leven op 30 november 1943 in Auschwitz door vergassing.

Net zoals vele anderen, ben ik ook geïnspireerd geraakt door Etty’s werk. Een passage die er voor mij uitspringt is:

“Zo als ik leef is goed, de maatstaven voor m’n leven heb ik niet van buiten af nodig, maar zitten in mijn eigen binnenste.”

Vaak laat ik mij leiden door de angst voor wat anderen van mij vinden. Ik zou net zoals Etty Hillesum dit willen loslaten en doen wat ik denk dat goed is zonder na te denken over wat men daar van zou vinden.

Daarnaast geeft haar werk veel stof tot nadenken, want hoe kan een Joodse vrouw midden in verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog zo positief blijven? Echter, je kunt ook wel stellen dat haar dagboeken en brieven gezien kunnen worden als een daad van spiritueel verzet tegen een totalitair regime en ideologie.

Portretfoto van Etty Hillesum, circa 1940, fotograaf onbekend, via Wikimedia Commons

Lees verder:

Anouk van Hilst, masterstudent History Today, stagiair Collecties

Atria’s bibliotheek en archief in hartje Amsterdam herbergen één van de grootste collecties over vrouwen, gender en diversiteit wereldwijd. De rubriek In het nieuws reageert op actuele thema’s en ontwikkelingen vanuit relevante documentatie en publicaties binnen de collectie.

Delen:

Gerelateerde artikelen