Parel uit het archief van Rosa Manus

parel uit de collectie Parel uit het archief van Rosa Manus

Kopie van de uitgaande brief van Rosa Manus aan De Iongh van 5 november 1935

Rosa Manus: ‘In gedachten verzamel ik nu al bibliotheken en archieven…’

De voorbereidingen voor de oprichting van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV) in 1935 leest in de brieven uit het archief van Rosa Manus als één grote, spannende les over het belang van het onderhouden van internationale netwerken. Daar was Rosa Manus een kei in. In een voor vrouwen, pacifisten en socialisten uiterst grimmige sfeer in Nederland en Europa ontstaat de noodzaak informatie van democratiserings- en emancipatiebewegingen veilig te stellen. Doel van deze feministische netwerkactiviteiten: bronnen bijeenbrengen om wetenschappelijk onderzoek over internationale vrouwengeschiedenis voor latere generaties mogelijk te maken.

Susanne Neugebauer, archivaris van de IAV-collectie van Atria, neemt je mee in de vorming van het eerste IAV bestuur. En schetst de historische en persoonlijke achtergronden die dit mogelijk hebben gemaakt. Tijd: november 1935. Plaats: Amsterdam, Londen en Parijs.

Jane de Iongh: ‘de vrouw als constructieve factor bijna uitgeschakeld’

Rosa Manus, feministe en pacifiste sinds 1908, geëngageerd in vele nationale en internationale verenigingen en actiecomités, schreef haar brief precies 85 jaar geleden aan Jane de Iongh, die als feministische historica onderzoek deed naar de geschiedenis van de internationale vrouwenbeweging in Londen en Parijs. Een kopie van deze brief is in Manus’ archief bewaard gebleven. Manus geeft De Iongh daarin tips met wie van de International Alliance of Women voor Suffrage and Equal Citizenship zij contact moet zoeken voor de informatie die zij in haar onderzoek wil verwerken.

De Iongh had zichzelf de voornaam Jane toegeëigend, na het voorbeeld van de Engelse schrijfster Jane Austen. Jane was toen 34 jaar oud en had een relatie met juriste Rimke Zoethout. Sinds 1927 werkte ze als bibliothecaris en in het bestuur van het Nederlandsch Economisch Historisch Archief. De NEHA was opgericht door Nien Posthumus in 1914. De Iongh was óók lid geworden van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap. Samen met andere feministes, waaronder Willemijn Posthumus-van der Goot, zette ze zich in voor het behoud van de eerder verworven rechten van vrouwen:

  • actieve deelname van vrouwen aan het maatschappelijk en politiek leven
  • het verdedigen van de rechten op arbeid
  • handelingsbekwaamheid voor getrouwde vrouwen

De Iongh was net bestuurslid geworden van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). Dit was het volgende instituut dat Posthumus in 1935 oprichtte.

Vrouwen met protestborden met tekst 'Propaganda week van het comité ter bevordering van de waardering van vrouwenarbeid in het gezin en maatschappij 28 maart - 4 april'

Op deze foto zien wij Jane de Iongh (uiterst links) en Willemijn Posthumus van de Goot (wrs. achterste rij, lichte hoed). Ze zijn lid van het Comité ter bevordering van de waardering van vrouwenarbeid in het gezin en maatschappij. En doen mee aan een demonstratie tegen het voorgenomen wetsontwerp Verbod op werk van getrouwde vrouwen van minister Romme. Den Haag, 1935.

In haar brochure ‘Documentatie van de geschiedenis der vrouw en der vrouwenbeweging’, gepubliceerd ter gelegenheid van de opening van het IAV in december 1936 beschrijft de Iongh in het voorwoord hoe noodzakelijk het is het IAV juist nu op te richten:

“De regelmatige groei van de zelfstandigheid der vrouw op politiek, economisch en sociaal gebied, die zoo vast verzekerd scheen, dat de vrouw haar plaats in de maatschappij reeds niet meer als een probleem meende te moeten beschouwen, is in de laatste jaren in de meeste landen van Europa in meerdere of mindere mate onderbroken. In de landen waar het fascistisch of nationaal-socialistisch regime overheerschend is geworden, is de vrouw als constructieve factor in het maatschappelijk leven vrijwel uitgeschakeld.”

Het werd dus tijd, net als bij het NEHA en het IISG, een instituut op te richten, waar documentatie uit betere tijden bijeengebracht kon worden. Tegen de vergetelheid in.

Spil in het netwerk: de ‘Posthumussen’

Willemijn van der Goot was in 1930 Nederlands eerste vrouwelijke doctor in de economie geworden. Ze trouwde in 1931 met haar promotor Prof. Nien Posthumus. Zij waren in 1935 als buren met Rosa Manus bevriend en kwamen geregeld bij elkaar over de vloer. In haar brief aan De Iongh schrijft Manus:

“Gisteren avond heb ik erg gezellig bij de Posthumussen gegeten. Ik ben namelijk met mevrouw Posthumus geweldig aan den gang; daadwerkelijk zijn wij bezig met de stichting van een vrouwenarchief en bibliotheek in het gebouw waar het Internationaal Instituut voor sociale Geschiedenis van Prof. Posthumus [komt]; hij heeft ons daarvoor twee lokaliteiten afgestaan en als stichtsters zullen Joh. W. A. Naber, Mevr. Dr. Posthumus en ik optreden. Je begrijpt dat wij ook jouw hulp inroepen en dat jij je niet alleen in het bestuur der mannen mag begeven!”

Manus wordt IAV-presidente en het leek haar heel zinvol om De Iongh in beide besturen te verankeren. Jane ging op haar verzoek in. Ook de historica Johanna Naber had al langer documentatiesystemen op het gebied van vrouwengeschiedenis ontwikkeld. Zij nam haar plaats in het IAV-bestuur graag in. Naber en Nien Posthumus kenden elkaar al sinds zij samen in 1913 de historische afdeling van de Tentoonstelling De Vrouw 1813-1913 hadden ingericht. Naber was sinds Manus’ entree in de feministische beweging in 1908 haar mentor geweest. Wij zien een hecht feministisch netwerk van mannen en vrouwen op de vooravond van de oprichting van het IAV! De vriendschap tussen de twee instellingen duurt voort tot vandaag.

IAV acquisitie: ‘Misschien zouden we de hele ladekist erbij kunnen krijgen!’

Op haar reis naar London en Parijs leerde De Iongh eerder opgerichte feministische documentatiecentra kennen: de Londen and National Society for Women’s Service en de in Parijs gevestigde feministische collecties van Marguerite Durand en Marie-Louise Bouglé. De Iongh deed er onderzoek, sprak de beheerders en promootte de oprichting van het IAV. Aangestuurd door Manus bereidde zij zelfs al eerste acquisities voor het IAV voor. Zo is Manus geïnteresseerd in het Internationaal bibliografisch archief van de vrouwenbeweging, dat op dat moment in Parijs bij de Amerikaanse Club staat. Zij schrijft Jane:

“Ik zou erg graag willen dat je dat eens ging bekijken want (maar dat behoef je niet te vertellen omdat het geheim is) de Board van de Alliance wil op de aanstaande vergadering in mei dat bibliografisch archief aan ons archief van de vrouwenbeweging overdragen. Het is meen ik in een kist geborgen en misschien zouden wij de hele ladenkist erbij kunnen krijgen.”

groepsportret officiele opening informatiecentrum en archief voor de vrouwenbeweging

Op 19 december 1936 opent het IAV haar deuren op Keizersgracht 264 in het gebouw van het IISG, dat officieel zijn deuren in 1937 opende. Op deze foto zitten de oprichters vooraan: 4e v. links: W.H. Posthumus-van der Goot, naast haar Johanna Naber en Rosa Manus.

Isaac Israels schildert Aletta Jacobs collectie Atria

Ter gelegenheid van de opening schonk Mathilde Cohen Tervaert – Israels het portret van Aletta Jacobs, dat haar broer Isaak in 1919 van haar had geschilderd, aan het IAV. Het schilderij wordt nog steeds beheerd door Atria, de rechtsopvolger van het IAV.

Lees ook:

Het verhaal van Rosa Manus: No documents, no history

Delen:

Gerelateerde artikelen