Vrouwen en de Tweede Wereldoorlog

Vrouwen en de Tweede Wereldoorlog

In 2019 en 2020 herdenken we het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog, 75 jaar geleden. De laatste jaren is er meer aandacht voor de rol van vrouwen in het verzet en de getuigenissen van vrouwen over de Holocaust. In dit artikel geven we enkele digitale leestips uit onze collectie om de verhalen en herinneringen van deze vrouwen levend te houden.

Vrouwen in het verzet

In de naoorlogse jaren was er enkel aandacht voor de heldhaftige daden van mannelijke verzetsstrijders. Verhalen van vrouwen in het verzet ontbraken bijna volledig. Alleen het verhaal van het ‘meisje met het rode haar’ – Hannie Schaft – genoot grote bekendheid. Zij was een van de weinige vrouwen in het gewapend verzet en groeide uit tot een verzetsicoon. Sophie Poldermans schreef een scriptie over Hannie Schaft (en kreeg daar een tien voor).

Tineke Wibaut-Guilonard
De laatste jaren zien we een verandering in de interesse voor de rol van vrouwen in het verzet. Neem bijvoorbeeld Tineke Wibaut-Guilonard, die samen met klasgenoten zorgde voor onderduikadressen, bonkaarten en valse persoonsbewijzen. Ook verrichtte zij risicovolle hand- en spandiensten voor de gewapende Amsterdamse verzetsgroep CS-6. Op 17 september 1943 arresteerden de nazi’s haar op haar onderduikadres. Begin januari 1944 kwam ze terecht in kamp Vught, en vervolgens in de concentratiekampen Ravensbrück en Reichenbach, die zij allemaal overleefde.

Dat vrouwen minder opvallend heldhaftige daden hadden verricht, was volgens Tineke een resultaat van het traditionele man-vrouw rollenpatroon tijdens de oorlog. Dit patroon dwong vrouwen zoals zijzelf om verzetsactiviteiten van “vrouwelijke aard” te verrichten. Mannen deden immers het betaalde werk en hadden daarmee een dekmantel voor grote en opvallende heldendaden.

Bron: Longread Verzetsheldin Tineke Wibaut-Guilonard (1922-1996): ‘Daadkracht op het juiste moment’

Rol van gender
In hun scriptie ‘Ik zou ook leren schieten’: een onderzoek naar de rol van gender in het oorlogsleven van Tineke Wibaut-Guilonard (1922-1996) onderzoeken Floor Hoogeboom en Ingrid de Zwarte welke rol ‘het vrouw-zijn’ speelde in het leven van Tineke Wibaut-Guilonard. Drie periodes staan centraal: het verzet, de kampen en de naoorlogse tijd. De auteurs gaan in op de, in de historiografie regelmatig gehanteerde, tweedeling tussen ‘burgerlijk’ en ‘gewapend’ verzet. Een tweedeling die niet functioneel is. Juist de context van de verzetswerkzaamheden is van belang. Als je die hanteert, dan treedt er geen hermetische hiërarchie in werking en kan je zonder waardeoordeel naar het verzet kijken.

‘Oorlogsfeministe’
Ook de invloed van Wibauts ‘vrouw-zijn’ in het kamp wordt duidelijk. Zij hanteerde genderspecifieke technieken om haar verblijf in de kampen dragelijk te maken. Maar paste daarnaast ook emotionele onverschilligheid toe als strategie. Dit is een techniek die niet vaak aan vrouwen wordt toegekend. Na de oorlog benadrukte Tineke Wibaut-Guilonard, in tegenstelling tot andere verzetsvrouwen, niet specifiek haar rol als vrouw. Alleen voor de rol van vrouwen in het verzet maakte zij zich hard, waardoor gesteld werd dat zij niet als feministe in de directe zin van het woord gezien kon worden, maar als ‘oorlogsfeministe’.’

Lees ook: De wapens van het verzet van Marjan Schwegman over geweld, geweldloosheid en gender in de strijd tegen onderdrukking en vervolging. Rede ter gelegenheid van haar afscheid als directeur van het NIOD en als hoogleraar Politiek en cultuur in de lange twintigste eeuw aan de Universiteit Utrecht.

Vrouwen in de Holocaust

Hoe was het leven van Joodse vrouwen in de getto’s, de onderduik, de concentratiekampen en de naoorlogse opvangkampen voor ontheemden? In haar profielwerkstuk De rol van de Joodse vrouw in de Holocaust: de onverzettelijkheid van de Joodse vrouw beschrijft Amber van Vugt de rol van Joodse vrouwen in de getto’s. Ze maakt hierin onderscheid tussen de traditionele rol van Joodse vrouwen uit West- Europa en de traditionele rol van Joodse vrouwen in Oost- Europa. Deze verschillende rollen waren ook van invloed op de rol van vrouwen in de getto’s.

een in 1945 gemaakte tekening van atie siegenbeek-van heukelom met het onderschrift ‘Schuhlosen-Kommando’. te zien in het rijksmuseum Amsterdam.

Lieneke van Eerdt heeft onderzoek gedaan naar hoe de dynamiek in de beeldvorming over het concentratiekamp Ravensbrück in de memoires zich verhoudt tot de maatschappelijke context van de tijd waarin deze op schrift zijn gesteld. Herinneringen met een boodschap: Ravensbrück in Nederlandse memoires, 1945-2005

Vrouwenorkest
Concentratiekamp Auschwitz-Birkenau was opgericht in 1940 om politieke gevangenen in op te sluiten. De gevangenen moesten doorgaans zware arbeid verrichtten. Zij werkten aan de bouw van Auschwitz II, het kamp waar de meeste mensen bij aankomst direct werden vermoord in de gaskamers. In december 1940 zetten SS-officieren het eerste uit gevangenen samengestelde ‘orkest’ op. Later werd een specifiek vrouwenorkest opgericht door SS-chef Maria Mandel, die een groot liefhebber van klassieke muziek was. De orkesten speelden in Auschwitz als gevangenen het kamp verlieten om dwangarbeid te verrichten en als ze terugkwamen. En op zondagen werden concerten gegeven. Gabriele Knapp heeft onderzocht hoe vrouwen het verdroegen om gedwongen muziek te spelen in Auschwitz en welke rol deze muziek speelde in hun leven na 1945. Music as a means of survival: the women’s orchestra in Auschwitz

Seksueel geweld in de Tweede Wereldoorlog
Vrouwen ervoeren de gebeurtenissen in kampen vaak anders dan mannen. Vrouwelijke ooggetuigen benadrukken bijvoorbeeld hoe verschrikkelijk het was dat al hun haar werd afgeschoren. Een van de allergrootste verschillen was dat vrouwen in het kamp vaak kinderen bij zich hadden. Zij moesten toezien hoe nazi’s hun kinderen vermoorden of uithongerden. Veel vrouwen in getto’s en kampen werden verkracht. In Revising the case of Mordechai Chaim Rumkowski: sexual abuse in the Lodz ghetto onderzoekt Merith Reinders waarom seksueel geweld in het getto van Lodz zo lang over het hoofd is gezien. Ze laat zien hoe getuigenissen van vrouwen meegenomen moeten worden in de bestaande verhalen. Bijvoorbeeld de getuigenis van Lucille Eichengreen (1925), die als Joods meisje het getto van Lodz overleefde.

Collaboratie in de Tweede Wereldoorlog

profielwerkstuk over moffenmeiden

Het is  nog steeds niet makkelijk om over het ‘slechte’ en de collaboratie in de Tweede Wereldoorlog te praten. Maar had de Nederlandse bevolking het recht om moffenmeiden tot landverraders te bestempelen? En waarom gingen deze meiden juist een relatie aan met een Duitse soldaat? In haar profielwerkstuk Verkering met de vijand: ‘Moffenmeiden tijdens de Tweede Wereldoorlog’ doet Iris van Olst een poging het taboe om erover te praten te doorbreken.  Ze gaat o.a. in op de aanname dat moffenmeiden ‘slecht’ zouden zijn.

Interviews met moffenmeiden
Voor haar profielwerkstuk heeft zij de transcripties van twee interviews met moffenmeiden bij Atria mogen inzien. Monika Diederichs sprak in 1995 en 1996 met 49 vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog een relatie hadden met een Duitse militair voor haar publicatie Wie geschoren wordt moet stil zitten (2006). De interviews heeft Diederichs geschonken aan de collectie IAV en daarmee is dit materiaal bij Atria toegankelijk voor andere onderzoekers.

NSB-vrouwen
Er is nauwelijks onderzoek gedaan naar de motieven voor het lidmaatschap van een nationaal-socialistische partij en de verhalen van NSB-vrouwen zijn onderbelicht gebleven. En dat terwijl maar liefst eenderde van de NSB uit vrouwelijke leden bestond. Om de vraag te beantwoorden waarom de NSB een grote aantrekkingskracht had op vrouwen bespreekt Dominique de Groot de positie van vrouwen in de jaren 30 en de motieven voor het NSB-lidmaatschap. ‘Het hartvuur heilig, het haardvuur veilig’: over vrouwen in de NSB 

Nationale feestrok

Atria is in het bezit van vijf feestrokken, waaronder deze afgebeelde rok, gemaakt door Jet Winkel. Debra Knoop schreef een paper over de nationale feestrok. Ze beschrijft de campagne die is ontstaan naar aanleiding van de bevrijding van Nederland. Feministe en verzetsstrijder Mies Boissevain-van Lennep riep vrouwen in Nederland op om een zogenaamde ‘Nationale feestrok’ te maken. En deze te dragen tijdens Nationale feestdagen en privéfeesten. De rok bestond uit verschillende betekenisvolle lapjes stof en bevatte belangrijke nationale data in de puntenrand op de zoom.

De symbolische gedachte achter deze rok zorgde enerzijds voor het verwerken van de eigen oorlogservaringen. Anderzijds stond het samenvoegen van de stofresten voor de wederopbouw en de vernieuwing van Nederland. Debra Knoop onderzoekt de feestrok vanuit een discoursanalyse, waarin het historische perspectief van Jolande Withuis als uitgangspunt dient. Via een internationaal en museaal perspectief toetst ze het historische perspectief om zo tot nieuwe inzichten over de feestrok te komen.

Foto credits: Oefenen voor het defilé van de Nationale feestrok, 1948, © onbekend, collectie IAV-Atria

Delen:

Gerelateerde artikelen