Huwelijkse gevangenschap – pleidooi voor een mensenrechtenbenadering

blog Huwelijkse  gevangenschap – pleidooi voor een mensenrechtenbenadering

Vrouwen zijn vaak slachtoffers van huwelijkse gevangenschap en komen vaker in een situatie van huwelijkse gevangenschap terecht. Dit komt door ongelijke machtsverdeling tussen vrouwen en mannen binnen het huwelijk. Mannen kunnen vrouwen in het huwelijk vasthouden door niet mee te werken aan de beëindiging van het religieuze huwelijk. Dit versterkt genderongelijkheid tussen vrouwen en mannen.

Een situatie van huwelijkse gevangenschap brengt tal van mensenrechten in het geding. De ‘gevangen vrouw’ kan ernstig beperkt worden in de uitoefening van het recht om te hertrouwen of in het vormen van nieuwe relaties, omdat dit als overspel gezien kan worden. De situatie kan zich ook voordoen dat de (ex-) partner de uitreis van en terugkeer naar Nederland van de vrouw belemmerd. De gevangen vrouw kan dan haar bewegingsvrijheid niet vrijelijk uitoefenen. Een situatie van huwelijkse gevangenschap brengt ook veel negatieve gevolgen voor de mentale en fysieke  gezondheid van de gevangen vrouw. Vooral waar sprake is van geweld binnen het huwelijk. Het zelfbeschikkingsrecht, recht op gezondheid en het recht op privéleven van de gevangen echtgenote wordt aangetast, waardoor een gevangen echtgenote vaak moeilijk door kan gaan met haar leven.

Huwelijkse gevangenschap is ook te kwalificeren als een vorm van geweld tegen vrouwen en vormt daarmee dus een vorm van discriminatie tegen vrouwen en een mensenrechtenschending.

Inbreuk op godsdienstvrijheid?

Huwelijkse gevangenschap is voornamelijk een mensenrechtenkwestie. En het is belangrijk dat het als zodanig wordt benaderd. Binnen het maatschappelijk debat over huwelijkse gevangenschap wordt vaak nog veel nadruk gelegd op de godsdienstige aspecten. Huwelijkse gevangenschap wordt gezien als een religieuze aangelegenheid. Dit heeft weer gevolgen voor hoe dit fenomeen benaderd wordt. En welke middelen overwogen en ingezet worden om huwelijkse gevangenschap aan te pakken. Hierdoor ontstaat de situatie dat externe interventies door de overheid in verzwakte vormen worden ingezet. Men vreest dat deze mogelijk een inbreuk zouden kunnen maken op de godsdienstvrijheid. En mogelijk niet verenigbaar zijn met het seculier karakter van de staat.

Mensenrechtenverplichtingen

Een mensenrechtenbenadering, waarbij de mensenrechten centraal staan binnen het debat, toont dat de staat verantwoordelijk is voor het beschermen van gevangen echtgenoten. Mensenrechten brengen positieve verplichtingen mee voor de staat. De staat is verplicht om de rechten van de gevangen echtgenoten te waarborgen en te beschermen tegen inbreuken door ‘privé actoren’. De staat is ook verplicht om de structurele oorzaken van huwelijkse gevangenschap en de onderliggende machtsongelijkheid tussen mannen en vrouwen aan te pakken. Dit vloeit voort uit de algemene verplichting om mentaliteits- en gedragsverandering te bevorderen teneinde ‘culturele transformatie’ op gang te brengen. De religieuze aspecten die inherent zijn bij de problematiek van huwelijkse gevangenschap, ontslaan de staat niet van haar mensenrechtenverplichtingen.

Voorrang voor gelijkheidsbeginsel

Mensenrechtenverdragen voorzien in een universeel erkend juridisch kader om fundamentele rechten – ook die van godsdienstvrijheid – tegen over elkaar af te wegen en te toetsen welke rechten prioriteit dienen te krijgen. Zo mag de vrijheid van godsdienstuiting beperkt worden wanneer er hoger belangen zijn waaraan prioriteit gegeven dient te worden.  Bijvoorbeeld de rechten van anderen, nationale veiligheid, nationale gezondheid etc.

Het VN-vrouwencomité, het VN-Vrouwenverdrag, het Istanbul Verdrag en het Europese Hof Voor de Rechten van de Mens, geven richtlijnen over hoe de godsdienstvrijheid afgewogen dient te worden tegenover het beginsel van gelijkheid tussen vrouw en man. Waar er een conflict bestaat tussen, enerzijds, religieuze manifestaties die de rechten van vrouwen ondermijnen en, anderzijds het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod, dient voorrang te worden gegeven aan het beschermen van het gelijkheidsbeginsel en de rechten en vrijheden van vrouwen.

Het tolereren van huwelijkse gevangenschap als geloofsuiting versterkt de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen. Het kan dus niet zo zijn dat het gelijkheidsbeginsel en de rechten van de gevangen echtgenoot moeten wijken voor de godsdienstvrijheid.

Effectieve maatregelen

Niet alle interventies om situaties van huwelijkse gevangenschap aan te pakken zijn onverenigbaar met het seculier karakter van de staat. De ‘onrechtmatige daadsactie’ en het verbod op het sluiten van een religieus huwelijk alvorens een burgerlijk huwelijk te hebben gesloten zijn hier goede voorbeelden van. De staat heeft dus veel ruimte en bevoegdheid om effectiever maatregelen te treffen tegen huwelijkse gevangenschap die wel verenigbaar zijn met haar seculier karakter.

Benedicta Deogratias, wetenschappelijk onderzoeker NWO project ‘Marital Captivity- bridging the gap between religion and law’ Universiteit van Maastricht

Delen:

Gerelateerde artikelen