Via de Trossachs naar Edinburgh

Via de Trossachs naar Edinburgh

Na noodwillig te hebben moeten overnachten bij een Schotse familie is het weer gelukkig genoeg opgeknapt om verder te reizen. Een bezoek aan ‘the Trossachs’ stond nog op de planning. Door de Schotten wordt dit beschouwd als de meest aantrekkelijke plaats van hun land. Niets bleek minder waar. De bosrijke vallei biedt de mogelijkheid voor heerlijke wandelingen. Eigenlijk is een week nog niet genoeg om alle mooie plekjes te zien, maar zo veel tijd hadden Jacobs en Gerritsen niet. Per stoomboot zijn ze het schilderachtig gelegen Loch Katrine overgestoken.

“Een beschrijving van de Trossachs en van het meer Katrine vinden belangstellende lezers in het gedicht van Walter Scott: ‘Lady of the Lake; het daarin genoemde Ellen’s Isle is ongetwijfeld het schoonste punt van het meer. Loch Lomond wordt terecht gehouden voor het meest pittoresque meer van Schotland. Aan den eenen oever vertoont het hooge bergen waaronder Ben Lomond die 3200 voet hoog is, aan den anderen oever krijgt men zacht glooiende heuvels te zien tot op den kruin weelderig met hout begroeid, tot dat eenige mijlen zijn afgelegd, als wanneer het meer een buitengewoon groote breedte aanneemt en als ’t ware bezaaid is met kleine boschrijke eilandjes, waar tusschendoor het ranke stoombootje de in verrukking gebrachte passagiers voert.”

Vanuit Balloch gaat de reis verder richting Stirling. Met de westenwind in de rug hebben ze moeiteloos negentig kilometer afgelegd waardoor ze eerder in Stirling zijn aangekomen dan verwacht.

“De weg liep langs rijke korenvelden, van waar het snorren der maaimachines ons in de ooren klonk. Men was aan het oogsten van haver en opmerkelijk was het dat zelfs kleine velden ook door de machine werden gemaaid. De veldarbeider schijnt het in deze streken ook al te moeten afleggen tegen de machine; waar vroeger eenige maaiers een week werk vonden, op een korenveld, verricht thans de maai-machine hetzelfde in één dag en vereischt daartoe slechts één man, die zittende op de machine de paarden leidt.”

Stirling is een oud stadje met ruim 20.000 inwoners. De stad is gebouwd tegen een helling van een rots en daardoor lopen de straten met een vrij sterk op- en afwaarts. Hierdoor is het nog best vermoeiend om door deze stad te trekken. Boven op de rots is een oud kasteel gebouwd dat dezelfde fundamenten heeft als het kasteel in Edinburgh.

“Maar van het kasteel te Stirling is meer in wezen gebleven, dan dat te Edinburgh, en het uitzicht met de omgeving wint het ook ver met de hoofdstad. De menigvuldige en fantastische kronkelingen van de rivier Forth kunnen van het kasteel gemakkelijk worden waargenomen en leveren inderdaad een verrukkelijk schouwspel.”

Lang zijn Jacobs en Gerritsen niet gebleven in Stirling, want de volgende ochtend zijn ze al weer vertrokken richting Edinburg, hun eindbestemming. Blijkbaar is er een veemarkt in Stirling, want zodra ze zijn vertrokken, komen ze letterlijk in een kudde schapen en koeien terecht. Na de stoet achter zich te hebben gelaten, bezochten ze onderweg de Dunfermline. Dit is de oudste abdij van Schotland, maar het blijkt, zachtjes uitgedrukt, een teleurstelling.

“Het eerwaardige Normandisch gebouw, achthonderd jaren oud, is gedeeltelijk verwoest en nu heeft men ongeveer 80 jaar gelden daarvoor in de plaats gebouwd een stuk kerk in de smakeloose stijl waarin hier momenteel protestantsche kerken worden opgetrokken. Wanstaltiger geheel dan deze aan elkaar geplakte stukken die door acht eeuwen van elkander worden gescheiden, bestaat, naar ik hoop, nergens in de wereld. Verontwaardigd wendden wij ons af van deze verminking en begaven ons naar de ‘Forth Bridge’.”

Dit is het achttiende deel in de serie Tour d’Aletta

Delen:

Gerelateerde artikelen