De eerste vrouwelijke architecten in Nederland

blog lotte beesse op bauhaus

Tijdens het schrijven van blogs en artikelen over architectuur en design uit de vorige eeuw stuit ik soms op vergeten ontwerpers en architecten, niet zelden vrouwen. Ik probeer ze dan aan de vergetelheid te onttrekken omdat daarbij veel ‘nieuws’ te ontdekken valt. Hoewel tegenwoordig het aandeel vrouwelijke architecten in Nederland nog onder de 30% ligt, is het niet moeilijk enkele bekende namen te noemen. Francine Houben (Mecannoo), Marlies Rohmer en Liesbeth van der Pol zijn succesvol in binnen- en buitenland. Het vergt meer speurwerk om hun voorgangers uit de vorige eeuw boven water te krijgen.

Mannenwereld

Uit onderzoek van Erica Smeets bleek dat er voor de Tweede Wereldoorlog 21 vrouwen studeerden aan de twee bouwkundige opleidingen die Nederland kende. Dat waren de TH Delft (tegenwoordig TU Delft) en het Voortgezet en Hooger Bouwkunst Onderricht (VHBO), de latere Academie van Bouwkunst Amsterdam. Hoewel vrouwen werden toegelaten, werd hun komst niet gestimuleerd. De Delftse hoogleraar Granpré Molière liet zich regelmatig negatief uit over vrouwelijke studenten. Vaak gold als bezwaar dat ze niet abstract zouden kunnen denken of geen technisch inzicht hadden. Daarnaast hoorden dames zich niet onder mannelijke werklieden te begeven of op steigers te klimmen.

Ook de vrouwen om wie het ging hadden vaak nog traditionele ideeën en een focus op huiselijkheid. Zo zag de zelf in Delft afgestudeerde Bep Zeeman in 1920 geen rol voor vrouwen in de utiliteitsbouw of bij publieke bouwwerken:

Die eischen meer het mannelijk sterke en krachtige, die vragen minder het vrouwelijk zachtere en intiemere.

Eerste bouwmeesteressen

woonhuis in holendrechtstraat in amsterdam van architect margaret staal-kropholler

Woonhuis in Holendrechtstraat in Amsterdam van Margaret Staal-Kropholler

Vanaf 1914 studeerde Margaret Staal-Kropholler aan het VHBO in Amsterdam, maar ze maakte de studie niet af. Toch wordt zij vaak beschouwd als Nederlands eerste architecte omdat ze in 1917 haar eerste zelfstandige werken realiseerde. Staal-Kropholler vond vrouwen vooral geschikt om woonhuizen te ontwerpen, en bouwde zelf villa’s in de stijl van de Amsterdamse School. Ze had daarbij speciale aandacht voor de wensen van huisvrouwen en ontwierp ook interieurs en meubelen.

In 1917 studeerde Grada Wolffensperger af als bouwkundig ingenieur in Delft. Ze was daarmee ‘de eerste bouwmeesteres in Europa’, althans volgens de Groene Amsterdammer. De redactrice van de vrouwenrubriek zag vooral huishoudelijke voordelen:

Menig beginnend architect maakt fouten die geen vrouw ooit gemaakt zou hebben. Zou een huis door een vrouw gebouwd ooit onpraktische plaatsing van kasten kunnen krijgen?

Wel concludeerde de Groene dat het na verloop van tijd interessant zou zijn ‘een vergelijking te maken tusschen bouwwerken door vrouwenhanden en door mannenhanden ontworpen’.

Ongehuwde vrouwen

Wolffensperger was enkele jaren adjunct-architect bij Openbare Werken in Haarlem, maar na 1924 lijkt ze niet meer te hebben gewerkt. Omdat er van haar geen gebouwen bekend zijn is deze ‘eerste bouwmeesteres’ in de vergetelheid geraakt. Een huwelijk was de gangbare reden voor vrouwen om te stoppen met werken — vanaf 1924 zelfs verplicht voor ambtenaren — maar Grada Wolffensperger is nooit getrouwd. Wellicht speelden er persoonlijke omstandigheden.

ko mulder met andere juryleden voor prijsvraag stadhuis amsterdam 1968

Ko Mulder met andere juryleden voor prijsvraag voor stadhuis Amsterdam (1968)

Ko Mulder  studeerde ook in Delft en bouwde wel een lange carrière op. Ze was bij de gemeente Delft een van de eerste vrouwelijke stedenbouwkundigen. Als alleenstaande ontkwam ze aan het arbeidsverbod voor gehuwde vrouwen. Van 1930 tot 1972 (!) werkte ze bij de Dienst Stadsontwikkeling Amsterdam, waar ze verantwoordelijk was voor het Boschplan, het Amsterdamse Bos. Zij werd in 1940 als eerste vrouw lid van de Bond Nederlandse Architecten (BNA).

Echtparen

De andere vrouwen die voor de oorlog in Delft afstudeerden hebben deels nooit hun beroep uitgeoefend omdat zij direct trouwden. Anderen gingen aan de slag als tekenaar bij een architectenbureau, sommigen begonnen een eigen praktijk. Opvallend is dat geen van hen een zakelijk partnerschap aanging — zoals bij architectenbureaus gebruikelijk — met een man. Een uitzondering daarop vormden echtparen. Samenwerkende architectenparen hadden als voordeel dat hun (vermeende) vrouwelijke en mannelijke capaciteiten elkaar aanvulden, en dat er voor ‘huiverige’ opdrachtgevers ook een man betrokken was.

bijlmerbajes amsterdam van architect koos keegstra

Bijlmerbajes Amsterdam van Koos Keegstra

In 1935 studeerde Koos Keegstra als eerste vrouw af aan het VHBO. Ze trouwde met haar medestudent Joop Pot en vormde met hem het architectenbureau Pot-Keegstra, dat vooral grootschalige woningbouwprojecten deed. In 1972 zou haar man overlijden, waarna Koos de grote opdracht voor de Bijlmer Bajes voltooide als haar enige soloproject.

Truus en Han Schröder

gerrit rietveld en truus schröder

Gerrit Rietveld en Truus Schröder

Een architecte zonder bouwkundige scholing was Truus Schröder. Zij ontwierp in 1924 samen met Gerrit Rietveld het Rietveld Schröderhuis in Utrecht. Hun rolverdeling is niet exact bekend, maar zeker is dat het huis er zonder haar heel anders had uitgezien. Zij stond als mede-architect genoemd in het tijdschrift De Stijl. Tot in de jaren dertig werd het duo in adresboeken vermeld als Schröder en Rietveld Architecten, al staan de meeste ontwerpen op Rietvelds naam. Ook hij had overigens geen bouwkundig diploma.

Han Schröder, een dochter van Truus, groeide op in het Rietveld Schröderhuis. Ze haalde in 1940 haar architectendiploma in Zürich bij een kennis van Rietveld. In de jaren vijftig werkte Han bij Rietvelds architectenbureau aan woningbouw in Tolsteeg-Hoograven (Utrecht). Daarna was ze zelfstandig architect in Amsterdam. Naast villa’s ontwierp ze vooral sociale instellingen. In 1962 vertelde Schröder dat ze één van de vijf vrouwelijke BNA-leden was, en dat ze niet altijd serieus genomen werd door uitvoerders. Ze verwierf dan gezag door zelf het gereedschap ter hand te nemen. Later vertrok deze naar de VS, waar ze zich aan de binnenhuisarchitectuur wijdde.

Immigranten

Buiten Nederland geboren en opgeleid was Helene Hulst-Alexander. Ze haalde haar architectendiploma in 1938 in Wenen. Omdat ze joods was vluchtte ze naar Australië, maar ontmoette onderweg de Utrechtse arts Lambert Hulst, met wie ze trouwde. In Nederland moest ze tijdens de bezetting onderduiken, om zich daarna als zelfstandig architect te vestigen, een unieke positie voor een hoogleraarsvrouw. Behalve een flat voor alleenstaanden — in 1958 de hoogste van Utrecht — ontwierp ze vooral winkelpanden.

lotte beesse op bauhaus

Lotte Beesse op Bauhaus

Lotte Stam-Beese kwam uit Duitsland. In 1926 studeerde ze aan het Bauhaus in Weimar, maar moest stoppen vanwege een verhouding met docent Hannes Meyer. Werkend aan socialistische steden in de Sovjet-Unie ontmoette ze in 1933 de Nederlander Mart Stam. Na hun huwelijk vestigden zij zich in Amsterdam als Stam en Beese Architecten. Tijdens de oorlog scheidden ze en volgde Lotte de VHBO-opleiding. Ze was vervolgens decennialang stedenbouwkundig architect bij de Rotterdamse dienst Stadsontwikkeling en Wederopbouw. Haar bekendste ontwerp is de uit ‘wooneenheden’ gecomponeerde wijk Pendrecht.

Binnenhuisarchitectuur

Naast de ‘echte’ architecten werkten er halverwege de twintigste eeuw relatief veel vrouwen als interieurarchitect. Een van de bekendste was Ida Falkenberg-Liefrinck, die het rotan-meubel salonfähig maakte. Ook speelden vrouwen een belangrijke rol bij de stichting Goed Wonen, die kort na de oorlog met een tijdschrift en modelwoningen wilde inspireren tot ‘gezonde’ interieurs.

De associatie met interieurarchitectuur bestaat nog steeds. Terwijl de man-vrouwverhouding bij bouwkundestudenten inmiddels haast gelijk is, groeit het percentage vrouwelijke architecten slechts langzaam. Maar in de binnenhuisarchitectuur vormen vrouwen tegenwoordig een ruime meerderheid. Misschien dat meer aandacht voor de pioniersters uit de vorige eeuw kan bijdragen aan de groei van het aantal vrouwelijke architecten.

Verder lezen

I love you, Rietveld. Het verhaal van de liefde tussen Truus Schröder en Gerrit Rietveld, Jessica van Geel, 2018

Intra Muros. Twaalf Nederlandse interieurarchitectes van deze eeuw, Nio Hermes (red.), 1992

Want de grond behoort ons allen toe. Leven en werk van stedenbouwkundig architecte Lotte Stam-Beese, Hanneke Oosterhof, 2018

Vrouw in de bouw. De eerste vrouwelijke afgestudeerde architecten in Nederland, Erica Smeets-Klokgieters, Bulletin KNOB 2017-1 pp. 43-57.

Arjan den Boer

Arjan (1972) studeerde Algemene Letteren in Utrecht en publiceert over architectuur, vormgeving, spoorwegen en geschiedenis voor o.a. De Architect en Rail Magazine. Op het ATRIA-blog zal hij enkele ‘vergeten’ vrouwelijke architecten bespreken en de vraag stellen hoe het komt dat er zo weinig waren. Arjan is een van de gastbloggers in 2019.

Delen:

Gerelateerde artikelen