Op 3 december 1935 richten drie toonaangevende feministen, Rosa Manus, Johanna Naber en Willemijn Posthumus-van der Goot het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (nu Atria) op. Wat zijn de hoogte- en dieptepunten in de afgelopen negentig jaar?
Op 3 december 1935 richten drie toonaangevende feministen, Rosa Manus, Johanna Naber en Willemijn Posthumus-van der Goot het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (nu Atria) op. Wat zijn de hoogte- en dieptepunten in de afgelopen negentig jaar?
1935: Oprichting Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging
Rosa Manus, Johanna Naber en Willemijn Posthumus-van der Goot richten op 3 december 1935 het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV) op. Zij doen dit om het erfgoed van vrouwen te verzamelen en te bewaren en wetenschappelijk onderzoek over de positie van vrouwen te stimuleren. Ze vinden dat de geschiedenis van de vrouwenbeweging behouden moet blijven. Jonge feministen hebben in de dertiger jaren behoefte aan goed gedocumenteerde kennis van het verleden. Bijvoorbeeld om zich te kunnen verdedigen tegen de regering, die sinds de jaren twintig regelmatig probeert om (gehuwde) vrouwen te verbieden betaald werk te verrichten.

1936: opening IAV
Op 19 december 1936 iss de officiële opening van het IAV aan de Keizersgracht 264 in Amsterdam, die wordt bijgewoond door zo'n honderd genodigden. Het begin van de collectie bestaat uit driehonderd boeken van Rosa Manus, een van de oprichters. Een jaar later schenkt Manus ook het archief van Aletta Jacobs, dat zij in haar bezit had gekregen.
1940: gestolen collecties
Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden op 12 juli 1940 de twee lokalen van het IAV leeggehaald door de Duitsers. Na de oorlog wordt slechts 10% van de collectie teruggevonden. Als het archief in 1947 wordt heropend, zijn de boekenplanken vrijwel leeg. De oude IAV-archieven blijken later een lange zwerftocht te hebben afgelegd. In 1992 worden ze teruggevonden in Moskou en op 13 mei 2003 komen ze na lang onderhandelen eindelijk terug in Amsterdam. Lees meer over de geroofde archieven

Jaren 70: Enorme groei
In de jaren zeventig maakt het IAV een enorme groei door als gevolg van de ‘tweede feministische golf’. 1975 wordt door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Vrouw om wereldwijd gelijkwaardigheid, ontwikkeling en vrede voor vrouwen te bevorderen. Mede hierdoor krijgt de organisatie een flinke overheidssubsidie en kan zij meer betaalde krachten aanstellen. Er wordt een rijkdom aan materiaal verzameld. Hieruit komt onder andere de indrukwekkende collectie affiches voort.

Jaren 80: Verhuizing en fusie
Eind jaren zeventig begint het IAV uit haar voegen te groeien. De medewerkers zitten tussen stapels boeken, papier en uitpuilende boekenkasten. In 1981 verhuist het IAV naar een pand aan de Keizersgracht in Amsterdam (K10). Samen met onder meer het Informatie- en Documentatiecentrum voor de Vrouwenbeweging (IDC) – dat vooral actuele informatie verzamelt – en LOVER, ‘tijdschrift over feminisme, cultuur en wetenschap’. Het IDC, LOVER en het IAV fuseren in 1988 tot het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging (IIAV).

1988: Aparte archiefafdeling
Het IAV wil veel, maar heeft tot 1975 weinig financiële middelen. De archieven die binnenkomen worden in kasten opgeborgen en als aanwinst in het jaarverslag vermeld, maar veel meer gebeurt er niet mee. Vanaf 1977 start de professionalisering van de archiefpoot met de beschrijving en inventarisatie van het archief van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid 1898. Na de verhuizing in 1981 worden de andere IAV-archieven geïnventariseerd. Begin jaren tachtig werken drie feministische historicae aan een project om egodocumenten, zoals dagboeken, reisverslagen, agenda's en briefwisselingen, te verzamelen. Zij schrijven een plan, gaan naar de Archiefschool en realiseren in 1988 hun droom voor een aparte archiefafdeling.
Vanaf jaren tachtig: Zwart perspectief
Zowel in Vrouwenstudies als in (vrouwen)bibliotheken, informatie- en documentatiecentra en archieven staat vaak een wit perspectief centraal. Het statement van Julia da Lima op de Winteruniversiteit voor Vrouwengeschiedenis in 1983 is een cruciaal moment in de geschiedenis van de zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwenbeweging. Initiatieven en netwerken zoals de Landelijke Zwarte Vrouwendagen, de Zwarte Vrouwenradio, de Zwarte Vrouwenkrant, Sister Outsider, Black Orchid en Strange Fruit ontstaan en het eerste zwarte en migrantenvrouwen kenniscentrum Flamboyant wordt opgericht in 1985. Halverwege de jaren negentig wordt de informatievoorziening voor en over zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen (ZMV-vrouwen) een belangrijk speerpunt in het IIAV-beleid.

2000: Joke Smit Prijs naar IIAV
Het nieuwe millennium begon goed. In 2000 ontvangt het IIAV de Joke Smit-prijs, de tweejaarlijkse prijs van de regering voor het leveren van een fundamentele bijdrage aan de verbetering van de positie van vrouwen. Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rick van der Ploeg prijst het IIAV om het feit dat het in een vroeg stadium is meegegaan met de ontwikkelingen op ICT-gebied.

2007: start oral history-projecten
In 2007 begint het IIAV met het gebruik van oral history als onderzoeksmethode. Oral History of mondelinge geschiedenis is een methode van wetenschappelijk onderzoek naar het verleden op basis van mondelinge overlevering. In de vorm van audio-opnamen en gefilmde interviews zijn sinds 2007 levensverhalen van vrouwen vastgelegd, waaronder persoonlijke verhalen over de Tweede Wereldoorlog, verhalen van vrouwen die actief waren in Dolle Mina en Blijf van m'n Lijf, maar ook portretten van lesbische vrouwen en zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen. Bekijk de collectie.
2012: Fusie met E-Quality
Aletta, instituut voor vrouwengeschiedenis (zoals het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbewegingen sinds 2009 heette) en E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit fuseren en gaan samen verder onder de nieuwe naam Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Naast het verzamelen, beheren en bewaren van informatie over de positie van vrouwen en genderverhoudingen in de samenleving en het bewaren van het erfgoed van de Nederlandse vrouwenbewegingen, gaat Atria zich bezighouden met kennisontwikkeling en advisering vanuit een intersectioneel perspectief door het uitvoeren van wetenschappelijk en beleidsgericht onderzoek, beleidsanalyses en vertaling naar de beleidspraktijk. Bekijk hier de onderzoeken die de laatste jaren zijn verschenen.
2017: Archief van Aletta Jacobs erkend als UNESCO erfgoed
Sinds oktober 2017 is het archief van Aletta Jacobs opgenomen in UNESCO Memory of the World. Hiermee stimuleert Unesco het behoud en de toegankelijkheid van documentair erfgoed. Erfgoed dat authentiek, uniek, onvervangbaar en van wereldbetekenis is. Het archief van Aletta Jacobs bevindt zich bij Atria en laat zowel afbeeldingen, objecten als documenten van de Nederlandse en internationale strijd voor vrouwenrechten zien. Het archief is gedigitaliseerd en daarmee toegankelijk vanuit de hele wereld.
2026: verhuizing naar Utrecht
In de voormalige rechtbank aan de Hamburgerstraat in Utrecht begint een nieuw hoofdstuk in onze rijke geschiedenis. Lees hier meer over de verhuizing naar Utrecht.






