Van Blijf-van-mijn-lijf tot femicide

Groep demonstrerende vrouwen met spandoeken met tekst: 'neergestoken vrouw door echtgenoot 9- ....': 'vermoord: vrouw 38 jaar door echtgenoot Oss .......'.
Demonstratie tegen vrouwenmishandeling, 1982, fotograaf: Evelien Polter, Collectie IAV-Atria.

Sinds de moord van de 17-jarige Lisa in augustus 2025 is de term ‘femicide’ niet meer weg te denken uit het publieke debat. Sindsdien zien we gevallen van femicide vaker in het nieuws, was de campagne Wij eisen de nacht op overal te zien en tijdens de campagne van de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 werd op links en rechts van het politieke spectrum de term ingezet.

Waar links en centrum het heeft over een structureel maatschappelijk probleem, framed uiterst rechts het als migratieprobleem. Daarmee wordt femicide niet alleen onderwerp van maatschappelijk debat, maar ook onderdeel van een bredere politieke strategie waarin anti-genderbewegingen gendergerelateerd geweld* aangrijpen om anti-migratie- en conservatieve agenda’s kracht bij te zetten.  

De discussie over femicide raakt aan bredere vragen over gendergerelateerd geweld, feministisch activisme en de rol van politiek beleid in Nederland. Aan de hand van bronnen uit de collectie van Atria laat dit artikel vooral zien hoe gendergerelateerd geweld vanaf de jaren zeventig steeds nadrukkelijker als maatschappelijk vraagstuk werd gezien. Ook lees je meer over hoe feministische organisaties, onderzoekers en hulpverleners daarin een belangrijke rol speelden. 

*Gendergerelateerd geweld is geweld op basis van sekse, gender of seksuele oriëntatie. 

Wat is femicide? 

 
Atria hanteert de definitie van het Europees Instituut voor Gendergelijkheid (EIGE) en definieert femicide als: de moord op een vrouw vanwege haar gender. Deze definitie is ontwikkeld in samenwerking met verschillende experts op het gebied van gendergerelateerd geweld, waaronder Atria, voor de Gender Equality Glossary and Thesaurus van EIGE.
Femicide is daarmee geen losstaand fenomeen, maar onderdeel van een bredere context van gendergerelateerd geweld.

Wat laten de cijfers zien? 

Uit cijfers van het CBS blijkt dat in een groot deel van de femicidezaken de verdachte een (ex-)partner van het slachtoffer is (CBS, 2022). De aanloop naar femicide kent patronen en risicofactoren, maar ieder geval van femicide heeft een persoonlijk verhaal. Zo lopen de motieven en vormen van geweld uiteen. Ook de achtergronden van de slachtoffers zijn verschillend. Femicide komt voor in uiteenlopende sociale, culturele en economische contexten en kent geen afkomst, sociale klasse of religie. Het komt in alle lagen van de samenleving voor. Er bestaat geen eenduidig profiel van slachtoffers of daders. Onderzoekers benadrukken daarom dat gendergerelateerd geweld een maatschappelijk breed fenomeen is. Factoren zoals controle, afhankelijkheid, eerdere geweldservaringen en ongelijke machtsverhoudingen spelen vaak een rol. 

Historische kern: van privéprobleem tot maatschappelijke vraagstuk  

Toen in 1974 het eerste Blijf-van-mijn-lijfhuis in Amsterdam werd opgericht, werd partnergeweld door overheid en hulpinstanties nog grotendeels beschouwd als een privékwestie. Juridische bescherming voor slachtoffers was beperkt en structurele opvang ontbrak. De initiatiefnemers van de eerste Blijf-van-mijn-lijfhuizen wilden daar verandering in brengen. Vanuit de feministische beweging ontstond een nieuwe vorm van opvang waarin veiligheid, zelfstandigheid en zelfbeschikking centraal stonden. 

Na Amsterdam volgden onder meer huizen in Zwolle, Groningen en Nijmegen. Sommige locaties begonnen vanuit kraakpanden en draaiden grotendeels op vrijwilligers. Bewoners kregen ondersteuning bij het vinden van werk, financiële zelfstandigheid en woonruimte. Daarmee verschoof de aandacht van tijdelijke opvang naar structurele empowerment. Hoewel er vóór die tijd al vormen van hulpverlening bestonden, bijvoorbeeld via kloosters of organisaties als FIOM en COM, richtten deze voorzieningen zich vooral op tijdelijke opvang en minder op de maatschappelijke oorzaken van geweld. 

Onderzoek en politieke verandering 

Een belangrijk kantelpunt kwam begin jaren tachtig. In 1982 organiseerde staatssecretaris Hedy d’Ancona, een feminist en sociaal-democraat, een conferentie over geweld tegen vrouwen. Beleidsmakers en politici, wetenschappers en vertegenwoordigers van vrouwenorganisaties deelden hier kennis en ideeën over de samenhang tussen geweld en machtsongelijkheid. Een jaar later verscheen de eerste (voorlopige) beleidsnota over de bestrijding van geweld tegen vrouwen en meisjes. In de jaren daarna volgden verschillende beleidsmaatregelen, waaronder:  

  • strafbaarstelling van verkrachting binnen het huwelijk  

  • uitbreiding van juridische beschermingsmaatregelen

  • meer aandacht voor partnergeweld binnen politie, zorg en justitie

In 1992 publiceerde socioloog en rechtswetenschapper Renée Römkens een grootschalig onderzoek naar geweld tegen vrouwen in Nederland. Daaruit bleek onder meer dat: 

  • 20% van de Nederlandse vrouwen ooit te maken had gehad met partnergeweld

  • 5% herhaaldelijk slachtoffer was van geweld

  • 8% binnen een relatie of huwelijk seksueel geweld had ervaren 

De uitkomsten kregen brede maatschappelijke en politieke aandacht.

Waar staan we nu? 

Sinds de jaren zeventig is de aanpak van partnergeweld sterk veranderd. Blijf-van-mijn-lijfhuizen zijn uitgegroeid tot professionele opvangorganisaties binnen bredere netwerken van zorg, veiligheid en maatschappelijke ondersteuning. Tegelijkertijd blijft gendergerelateerd geweld een urgent maatschappelijk probleem. Volgens recente analyses nam huiselijk geweld tijdens en na de coronapandemie toe, terwijl opvanglocaties kampen met personeelstekorten en een groeiende vraag naar hulp.  

Ook het publieke debat over femicide is veranderd. De term wordt inmiddels breder gebruikt, maar roept ook discussie op. Sommige politieke stromingen, vaak verbonden aan de anti-genderbeweging, misbruiken culturele of migratiegerelateerde verklaringen voor femicide, terwijl onderzoekers en hulporganisaties wijzen op structurele patronen van genderongelijkheid en geweld die in alle lagen van de samenleving voorkomen.  

Daarnaast is het belangrijk te benadrukken dat niet alle slachtoffers vooraf contact hebben gehad met hulpverlening. Geweld binnen relaties blijft vaak verborgen door schaamte, afhankelijkheid, angst of sociale druk. Bovendien omvat femicide meer dan partnergeweld alleen.

De rol van Atria 

Gendergerelateerd geweld is al decennialang een belangrijk onderwerp binnen de collectie van Atria. Dat hangt nauw samen met de geschiedenis van de feministische bewegingen in Nederland, waarin geweld tegen vrouwen een centraal politiek thema werd.  

De collectie bevat honderden publicaties over huiselijk geweld, femicide en seksueel geweld, variërend van wetenschappelijke studies tot beleidsrapporten, brochures en actiemateriaal. 

Daarnaast beheert Atria archieven van onder meer: 

Deze archieven laten zien hoe activisten, hulpverleners, onderzoekers en beleidsmakers sinds de jaren zeventig hebben gewerkt aan erkenning van gendergerelateerd geweld als maatschappelijk probleem. 

Conclusie 

De termen femicide, partnergeweld en gendergerelateerd geweld lijken tegenwoordig vanzelfsprekend, maar hun maatschappelijke en politieke erkenning kent een lange geschiedenis. Feministische activisten en organisaties speelden daarin een belangrijke rol. De recente aandacht voor femicide laat zien dat het onderwerp nog altijd urgent is. Tegelijkertijd onderstrepen onderzoekers en hulporganisaties dat zorgvuldig gebruik van feiten, historische context en statistieken noodzakelijk blijft om het debat genuanceerd te voeren. De collectie van Atria biedt daarvoor een rijke bron aan materiaal, niet alleen om de geschiedenis van gendergerelateerd geweld te begrijpen, maar ook om hedendaagse discussies in perspectief te plaatsen. 

Meer informatie

Toelichting foto: De aanleiding voor de demonstratie op 4 april 1982 was de moord op een Venlose vrouw die een veilig heenkomen voor haar gewelddadige man had gezocht in het Blijf van mijn Lijf-huis in Nijmegen, maar door hem was achterhaald en vermoord. De demonstratie werd georganiseerd door vrouwen van Blijf van mijn Lijf Nijmegen i.s.m. het Vrouwentrefcentrum Roermond en vond plaats op de dag van het proces tegen de man voor de rechtbank in Roermond.

Dit artikel is een aangepaste versie van het artikel Femicide in de collectie van Atria. Gendergerelateerd geweld: van privéprobleem tot overheidszorg, in Ex Tempore deel 1 (april 2026). 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Wij gebruiken cookies om onze website te verbeteren en te analyseren hoe deze wordt gebruikt. Je kunt ervoor kiezen alle cookies te accepteren of je voorkeuren aan te passen.