Tijdlijn 90 jaar Atria

Groep mensen zittend en staand voor een aantal boekenkasten, met o.a. het bestuur van het IAV
Foto gemaakt tijdens de officiële opening van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging, 19 december 1936, Ned. Belg. Pers Foto Bureau, Collectie IAV-Atria.

Op 3 december 1935 richten drie toonaangevende feministen, Rosa Manus, Johanna Naber en Willemijn Posthumus-van der Goot het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (nu Atria) op. Wat zijn de hoogte- en dieptepunten in de afgelopen negentig jaar?

1935: Oprichting Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging 

Rosa Manus, Johanna Naber en Willemijn Posthumus-van der Goot richten op 3 december 1935 het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV) op. Zij doen dit om het erfgoed van vrouwen te verzamelen en te bewaren en wetenschappelijk onderzoek over de positie van vrouwen te stimuleren. Ze vinden dat de geschiedenis van de vrouwenbeweging behouden moet blijven. Jonge feministen hebben in de dertiger jaren behoefte aan goed gedocumenteerde kennis van het verleden. Bijvoorbeeld om zich te kunnen verdedigen tegen de regering, die sinds de jaren twintig regelmatig probeert om (gehuwde) vrouwen te verbieden betaald werk te verrichten.

Los van de drie ‘grote namen’ is er een breder netwerk betrokken bij de oprichting van het IAV, zowel internationaal als lokaal. Lees hier meer over in de online tentoonstelling Het IAV in 1935 en 1936: wie hebben het archief tot leven gebracht?
Om het IAV officiëel op te richten heeft Willemijn Posthumus-van der Goot toestemming nodig van haar man Nicolaas Posthumus omdat ze 'handelingsonbekwaam' is. Zij kan zonder zijn toestemming geen grote uitgaven doen of een verzekering afsluiten. De andere twee oprichters zijn ongehuwd en kunnen zelfstandig een stichting in het leven roepen. 
Nicolaas Posthumus heeft iets eerder in het jaar het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) opgericht en tot 1981 huizen beide organisaties nagenoeg altijd samen in één pand in Amsterdam. 

Compilatie van drie portretten van de oprichters van het IAV
De oprichters: Johanna Naber, Rosa Manus en Willemijn Posthumus-van der Goot
1936: opening IAV 

Op 19 december 1936 iss de officiële opening van het IAV aan de Keizersgracht 264 in Amsterdam, die wordt bijgewoond door zo'n honderd genodigden. Het begin van de collectie bestaat uit driehonderd boeken van Rosa Manus, een van de oprichters. Een jaar later schenkt Manus ook het archief van Aletta Jacobs, dat zij in haar bezit had gekregen. 

1940: gestolen collecties

Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden op 12 juli 1940 de twee lokalen van het IAV leeggehaald door de Duitsers. Na de oorlog wordt slechts 10% van de collectie teruggevonden. Als het archief in 1947 wordt heropend, zijn de boekenplanken vrijwel leeg. De oude IAV-archieven blijken later een lange zwerftocht te hebben afgelegd. In 1992 worden ze teruggevonden in Moskou en op 13 mei 2003 komen ze na lang onderhandelen eindelijk terug in Amsterdam. Lees meer over de geroofde archieven

Aantal IAV-medewerkers staan lachend voor de deuropening met voor zich twee bibliotheekkarren met archiefdozen met Russische labels
Terugkeer geroofde archieven, mei 2003, fotograaf: Annemarie Kloosterman, collectie IAV-Atria
Jaren 70: Enorme groei 

In de jaren zeventig maakt het IAV een enorme groei door als gevolg van de ‘tweede feministische golf’. 1975 wordt door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Vrouw om wereldwijd gelijkwaardigheid, ontwikkeling en vrede voor vrouwen te bevorderen. Mede hierdoor krijgt de organisatie een flinke overheidssubsidie en kan zij meer betaalde krachten aanstellen. Er wordt een rijkdom aan materiaal verzameld. Hieruit komt onder andere de indrukwekkende collectie affiches voort. 

Map met aantal affiches in zwart wit en kleur, o.a. over de Vrouwenstaking op 30 maart
Jaren 80: Verhuizing en fusie

Eind jaren zeventig begint het IAV uit haar voegen te groeien. De medewerkers zitten tussen stapels boeken, papier en uitpuilende boekenkasten. In 1981 verhuist het IAV naar een pand aan de Keizersgracht in Amsterdam (K10). Samen met onder meer het Informatie- en Documentatiecentrum voor de Vrouwenbeweging (IDC) – dat vooral actuele informatie verzamelt – en LOVER, ‘tijdschrift over feminisme, cultuur en wetenschap’. Het IDC, LOVER en het IAV fuseren in 1988 tot het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging (IIAV). 

2 medewerkers aan het werk aan tafels met hoge stapels boeken erop en omringd door volle boekenkasten
Bibliotheek IAV in 1980, fotograaf onbekend, collectie IAV-Atria
1988: Aparte archiefafdeling

Het IAV wil veel, maar heeft tot 1975 weinig financiële middelen. De archieven die binnenkomen worden in kasten opgeborgen en als aanwinst in het jaarverslag vermeld, maar veel meer gebeurt er niet mee. Vanaf 1977 start de professionalisering van de archiefpoot met de beschrijving en inventarisatie van het archief van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid 1898. Na de verhuizing in 1981 worden de andere IAV-archieven geïnventariseerd. Begin jaren tachtig werken drie feministische historicae aan een project om egodocumenten, zoals dagboeken, reisverslagen, agenda's en briefwisselingen, te verzamelen. Zij schrijven een plan, gaan naar de Archiefschool en realiseren in 1988 hun droom voor een aparte archiefafdeling.

Vanaf jaren tachtig: Zwart perspectief 

Zowel in Vrouwenstudies als in (vrouwen)bibliotheken, informatie- en documentatiecentra en archieven staat vaak een wit perspectief centraal. Het statement van Julia da Lima op de Winteruniversiteit voor Vrouwengeschiedenis in 1983 is een cruciaal moment in de geschiedenis van de zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwenbeweging. Initiatieven en netwerken zoals de Landelijke Zwarte Vrouwendagen, de Zwarte Vrouwenradio, de Zwarte Vrouwenkrant, Sister Outsider, Black Orchid en Strange Fruit ontstaan en het eerste zwarte en migrantenvrouwen kenniscentrum Flamboyant wordt opgericht in 1985. Halverwege de jaren negentig wordt de informatievoorziening voor en over zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen (ZMV-vrouwen) een belangrijk speerpunt in het IIAV-beleid.

Zwart-wit foto van rijen mensen in de studiezaal die kijken naar Angela Davis die op de voorste rij zit
Bezoek Angela Davis ter gelegenheid van opening tentoonstelling Onderbelicht, mei 1995, fotograaf: Marije van Mierlo, collectie IAV-Atria.
2000: Joke Smit Prijs naar IIAV

Het nieuwe millennium begon goed. In 2000 ontvangt het IIAV de Joke Smit-prijs, de tweejaarlijkse prijs van de regering voor het leveren van een fundamentele bijdrage aan de verbetering van de positie van vrouwen. Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rick van der Ploeg prijst het IIAV om het feit dat het in een vroeg stadium is meegegaan met de ontwikkelingen op ICT-gebied. 

Groepsportret waarvan iemand op de voorgrond bord met Joke Smit prijs 2000 vasthoudt.
Groepsportret medewerkers en bestuur IIAV en Lover bij uitreiking Joke Smit prijs, 27 november 2000, fotograaf: Mieke Schlaman, collectie IAV-Atria
2007: start oral history-projecten 

In 2007 begint het IIAV met het gebruik van oral history als onderzoeksmethode. Oral History of mondelinge geschiedenis is een methode van wetenschappelijk onderzoek naar het verleden op basis van mondelinge overlevering. In de vorm van audio-opnamen en gefilmde interviews zijn sinds 2007 levensverhalen van vrouwen vastgelegd, waaronder persoonlijke verhalen over de Tweede Wereldoorlog, verhalen van vrouwen die actief waren in Dolle Mina en Blijf van m'n Lijf, maar ook portretten van lesbische vrouwen en zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen. Bekijk de collectie

2012: Fusie met E-Quality 

Aletta, instituut voor vrouwengeschiedenis (zoals het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbewegingen sinds 2009 heette) en E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit fuseren en gaan samen verder onder de nieuwe naam Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Naast het verzamelen, beheren en bewaren van informatie over de positie van vrouwen en genderverhoudingen in de samenleving en het bewaren van het erfgoed van de Nederlandse vrouwenbewegingen, gaat Atria zich bezighouden met kennisontwikkeling en advisering vanuit een intersectioneel perspectief door het uitvoeren van wetenschappelijk en beleidsgericht onderzoek, beleidsanalyses en vertaling naar de beleidspraktijk. Bekijk hier de onderzoeken die de laatste jaren zijn verschenen.

2017: Archief van Aletta Jacobs erkend als UNESCO erfgoed

Sinds oktober 2017 is het archief van Aletta Jacobs opgenomen in UNESCO Memory of the World. Hiermee stimuleert Unesco het behoud en de toegankelijkheid van documentair erfgoed. Erfgoed dat authentiek, uniek, onvervangbaar en van wereldbetekenis is. Het archief van Aletta Jacobs bevindt zich bij Atria en laat zowel afbeeldingen, objecten als documenten van de Nederlandse en internationale strijd voor vrouwenrechten zien. Het archief is gedigitaliseerd en daarmee toegankelijk vanuit de hele wereld. 

2026: verhuizing naar Utrecht

In de voormalige rechtbank aan de Hamburgerstraat in Utrecht begint een nieuw hoofdstuk in onze rijke geschiedenis. Lees hier meer over de verhuizing naar Utrecht.

Ingang van monumentaal pand
Nieuwe locatie Atria: Hamburgerstraat 28A, Utrecht
Meer informatie
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Wij gebruiken cookies om onze website te verbeteren en te analyseren hoe deze wordt gebruikt. Je kunt ervoor kiezen alle cookies te accepteren of je voorkeuren aan te passen.