Negentig jaar geleden besloten drie vrouwen dat de geschiedenis van de vrouwenbewegingen niet verloren mocht gaan. Feministen Rosa Manus (1881-1942), Johanna Naber (1859-1941) en Willemijn Posthumus-van der Goot (1897-1989) richtten op 3 december 1935 het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV) op. Wie waren zij en hoe kwam de oprichting van het huidige Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, tot stand?
Negentig jaar geleden besloten drie vrouwen dat de geschiedenis van de vrouwenbewegingen niet verloren mocht gaan. Feministen Rosa Manus (1881-1942), Johanna Naber (1859-1941) en Willemijn Posthumus-van der Goot (1897-1989) richtten op 3 december 1935 het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV) op. Wie waren zij en hoe kwam de oprichting van het huidige Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, tot stand?
Voorgeschiedenis
In 1935 was de zogenoemde ‘eerste feministische golf’ voorbij en veel vrouwen die actief waren geweest in de vrouwenbewegingen rond 1900 waren op leeftijd of overleden. De drie oprichters van het huidige Atria vonden dat de geschiedenis van de vrouwenbewegingen behouden moesten blijven en wetenschappelijk onderzoek naar de positie van vrouwen in de samenleving moest worden gestimuleerd. Daarnaast hadden jonge feministen in de jaren dertig behoefte aan goed gedocumenteerde kennis van het verleden. Bijvoorbeeld om zich te kunnen verdedigen tegen de regering, die sinds de jaren twintig regelmatig probeerde om (gehuwde) vrouwen te verbieden betaald werk te verrichten.
Oprichting
Na een jaar hard werken om de collectie op touw te zetten, zag het IAV op 19 december 1936 officieel het licht bij de opening op de Keizersgracht 264, in Amsterdam. IAV collectioneerde aanvankelijk voornamelijk materiaal van en over de witte vrouwenbeweging. In de loop der jaren kwam steeds meer aandacht voor het opnemen van archieven van zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen.

V.l.n.r zittend: A. Adama van Scheltema, mevr. Ketelaar van Gogh, drie vrouwelijke studenten Amsterdam-Utrecht, Dr. W.H. Posthumus-van der Goot (secretaris IAV), Johanna W.A. Naber (oprichter IAV), Rosa Manus (voorzitter IAV), Mathilde Cohen Tervaert-Israels, Prof. N.W. Posthumus (directeur Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis). Staande v.l.n.r.: mej. MacDonald, mevr. Potgieser-Rolandus, mevr. Manus-van Erkom, mevr. van Steenderen-van Houtum, mr. Corry Tendeloo, mej. M. C. Bouwmeester, mej. Jackson, mej. Corrie van der Griendt (adjunct secretaris IAV), mej. B. Ferf (bibliothecaris), mevr. Slingenberg, mej. Vening Meinesz, Mr. Frida Katz, mej. Annie Schippers, mevr. Douwes Dekker-Jolles, mevr. B. Rijkens-Culp (penningmeester), jhr. Mr. Bas Bakker, mej. E.H. Piepers, mevr. A.M. Boissevain-van Lennep, hr. Boissevain, mej. Clara Meijers.
Rosa Manus
Het begin van de collectie waren driehonderd boeken van oprichter Rosa Manus zelf. Manus kwam uit een liberaal joods gezin en speelde, net als Aletta Jacobs, een cruciale rol in (inter)nationale vrouwen- en vredesbewegingen. Ze zat in tal van besturen, o.a. van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht en later de Internationale Vrouwenbond voor Vrede en Vrijheid. Een jaar na de oprichting van het IAV schonk zij het – in 2017 tot UNESCO erfgoed uitgeroepen – archief van Aletta Jacobs (1854-1929), de eerste vrouwelijke arts in Nederland en beroemd strijder voor vrouwenkiesrecht.
Willemijn Posthumus-van der Goot
Posthumus-van der Goot was de eerste vrouwelijke econoom in Nederland. Om haar meningen met feiten te kunnen staven had zij behoefte aan goede en veelzijdige informatie over vrouwen. Daarom werkte zij in 1935 met Manus en Naber mee aan de oprichting van het IAV. Posthumus speelde een cruciale rol in de herstart van het IAV na de Tweede Wereldoorlog en werd voorzitter, omdat Rosa Manus (voorheen voorzitter) was omgekomen in een concentratiekamp. Posthumus werkte als mede-auteur en redacteur mee aan het boek Van moeder op dochter: het aandeel van de vrouw in een veranderende wereld (1948). Hierin stond de geschiedenis van de Nederlandse vrouwenbewegingen beschreven, vanaf de Franse tijd tot 1948.
Johanna Naber
Naber beschreef als eerste de Nederlandse geschiedenis van de vrouwenbewegingen. Van 1917 tot 1922 was zij president van de Nationale Vrouwenraad en van daaruit ook betrokken bij de Internationale Vrouwenraad. In 1921 werd zij in de gemeenteraad van Amsterdam gekozen voor de Vrijheidsbond, een liberale partij. Door eigen historisch onderzoek kende Johanna Naber het belang van het bewaren en beschikbaar stellen van historisch materiaal als brieven en dagboeken. Dat moet voor haar de basis geweest zijn om samen met Rosa Manus en Willemijn Posthumus-van der Goot over te gaan tot de oprichting van het IAV.
De oprichters van het huidige Atria waren zich zeer bewust van de kwetsbaarheid van eerdere behaalde successen, zoals de invoering van het vrouwenkiesrecht. In een tijd van economische crisis en het opkomend fascisme in Europa dreigden verworvenheden weer te worden teruggedraaid. Het doel van de oprichting van het IAV, om het erfgoed van vrouwen te verzamelen en te bewaren, en wetenschappelijk onderzoek over de positie van de vrouw te stimuleren, heeft in 2026 nog niets aan urgentie verloren. Als het huidige collectie- en kennisinstituut Atria, ondersteunen we beleidsmakers, onderzoekers en andere belanghebbenden om historische inzichten te verbinden met actuele vraagstukken op het gebied van vrouwenrechten en gendergelijkheid.





