Johanna Naber beschreef als eerste de geschiedenis van de vrouwenbeweging en was één van de oprichters van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (nu Atria). Jaarlijks reiken Atria en VVG platform voor vrouwen- en gendergeschiedenis de Johanna W.A. Naberprijs uit voor de beste afstudeerscriptie op het gebied van vrouwen- of gendergeschiedenis.
Johanna Naber beschreef als eerste de geschiedenis van de vrouwenbeweging en was één van de oprichters van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (nu Atria). Jaarlijks reiken Atria en VVG platform voor vrouwen- en gendergeschiedenis de Johanna W.A. Naberprijs uit voor de beste afstudeerscriptie op het gebied van vrouwen- of gendergeschiedenis.
Korte biografie
Johanna Naber is geboren op 25 maart 1859. Ze was de dochter van Samuel Adrianus Naber, hoogleraar in de Griekse en Romeinse letteren en oudheden, en Anna Elizabeth L’Honoré. Na de lagere school ging ze naar de Amsterdamse Hogere Burgerschool voor meisjes in Amsterdam, waar het gezin Naber toen woonde. Daarna behaalde zij haar akte voor hulponderwijzer en de lagere onderwijsakten voor Frans, Engels en Fraaie Handwerken. Zij wilde eigenlijk graag naar de universiteit, maar haar vader weigerde haar te laten gaan. Hij hield haar liever thuis waar zij onder zijn leiding studeerde en zich verder bekwaamde in huishoudelijke taken. Als ongehuwde vrouw werd Johanna geacht voor de huishouding van haar ouders en later haar ongehuwde broers te zorgen. Haar eigen flat kreeg ze pas toen ze 77 jaar was.
Schrijver
In 1887 trad Naber voor het eerst naar buiten onder het pseudoniem Rechlindis, met een boek over kunstnaaldwerk. Daarna ging zij onder haar eigen naam verder met publiceren over belangrijke vrouwen in de vroeg-moderne geschiedenis.

Vrouwenbeweging
In 1896 meldde Naber zich aan voor de organisatie van de Nationale Tentoonstelling Vrouwenarbeid, die in 1898 zou worden gehouden ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Tijdens de tentoonstelling was Naber de redacteur en belangrijkste schrijver van het tijdschrift Vrouwenarbeid. Wat zij tijdens de tentoonstelling hoorde en zelf aan activiteiten ondernam, maakte een enorme indruk op haar. Ze was voorgoed verbonden met de vrouwenbeweging.
Vrouwenkiesrecht
Johanna Naber was enige jaren hoofdbestuurslid van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VvVK). Ze werd verantwoordelijk voor de contacten met de pers en bestuurslid van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht. Haar mening wist zij zo overtuigend te brengen dat ook haar moeder lid werd van de VvVK en haar vader zijn verzet tegen het vrouwenkiesrecht opgaf. Hij schreef een welwillend artikel in De Gids. Van 1917 tot 1922 was Naber president van de Nationale Vrouwenraad en van daaruit ook betrokken bij de Internationale Vrouwenraad. In 1921 werd ze in de gemeenteraad van Amsterdam gekozen voor de Vrijheidsbond, een liberale partij.
Na het bereiken van het vrouwenkiesrecht in 1919, en de staatkundige gelijkstelling van de vrouw aan de man in 1922, ging Naber ervan uit dat de vrouwenbeweging nu niet meer nodig zou zijn. In de jaren dertig kwam zij op dit standpunt terug. In 1910 had zij al gestreden tegen een wetsvoorstel om gehuwde vrouwen uit te sluiten van betaald werk en nu bleek dat opnieuw nodig.
"Wij mogen ons staatsburgerlijke recht van vrije zelfbeschikking niet prijsgeven door te dulden dat voor ons vrouwen als zodanig onze diploma’s en acten van benoeming worden afgestempeld met “alleen geldig in geval van celibaat".
Na vele protesten werd, net als in 1910, het wetsvoorstel, om gehuwde vrouwen uit betaalde arbeid te weren, ingetrokken.
Historisch onderzoek
Naber bleef haar hele leven schrijven. In 1914 richtte zij De Nederlandsche Vrouwengids op, waarin artikelen verschenen over uiteenlopende vrouwenvraagstukken. In 1918 werd zij als eerste vrouw lid van het dagelijks bestuur van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. Ze beschreef in verschillende boeken en artikelen het leven van vroegere feministen en de ontwikkeling van de vrouwenbeweging. Met haar Eerste Proeve van een Chronologisch Overzicht van de Geschiedenis der Vrouwenbeweging in Nederland legde zij de basis voor het latere standaardwerk Van moeder op dochter van Willemijn Posthumus-van der Goot.
Door eigen historisch onderzoek, kende Johanna Naber het belang van het bewaren en beschikbaar stellen van historisch materiaal als brieven en dagboeken. Dat moet voor haar de basis geweest zijn om samen met Rosa Manus en Willemijn Posthumus-van der Goot over te gaan tot de oprichting van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV). Zij wilde haar eigen archief testamentair nalaten aan het IAV, maar veranderde haar beschikking toen al het materiaal van het IAV in 1940 naar Duitsland verdween. Pas later is een groot deel van haar archief naar het toenmalige IIAV gekomen.
Op 25 mei 1941 stierf Johanna Naber, 82 jaar oud.





