Ontmoet Dr. Kaouthar Darmoni, Atria’s nieuwe directeur-bestuurder

Ontmoet Dr. Kaouthar Darmoni, Atria’s nieuwe directeur-bestuurder

Kaouthar Darmoni is de nieuwe directeur-bestuurder van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Aan haar de eer om de fakkel van voormalig directeur-bestuurder Renée Römkens verder te dragen.

“Het verbeteren van de situatie voor vrouwen is beter voor iedereen: mannen, vrouwen, voor de hele wereld.”

Welkom, Kaouthar! Vertel, wie ben je?

‘Ik ben geboren en getogen in Tunesië, Noord-Afrika. Ik kom uit een Arabische islamitische cultuur. Ik ben opgegroeid tussen haremvrouwen die leden onder het patriarchaat. Al sinds mijn zevende droom ik ervan om de situatie van vrouwen te verbeteren. Dat is beter voor iedereen: mannen, vrouwen, voor de hele wereld. Ik heb mij van jongs af aan afgezet tegen het geweld dat ik zag en dat voortkwam uit dat patriarchaat. Dat heeft mij zo diep geraakt. “Het persoonlijke is politiek”, die leuze uit de feministische beweging geldt ook voor mij! Na mijn jeugd in Tunesië studeerde ik genderstudies aan de Université Paris-Sorbonne en promoveerde aan de Université Lumières Lyon op het proefschrift L’univers féminin et la drôle de guerre des sexes dans quelques films tunisiens.

Kort na mijn promotie kwam ik naar Nederland. Ik heb twintig jaar wetenschappelijke kennis en ervaring in gender- en mediastudies, diverse (academische) publicaties op mijn naam staan, en ben een ervaren ondernemer en spreker, o.a. in de media. Ook ben ik actief geweest binnen verschillende internationale vrouwenbewegingen. De afgelopen jaren heb ik me vooral ingezet voor het versterken van vrouwen door middel van de kunst van Raqsat Al Ilahat (de godinnendans). Dat is een meer dan 3.000 jaar oude matriarchale traditie die ik meeneem en die in mij verankerd is.’

Waarom ben je gepassioneerd over vrouwenemancipatie?

‘In Tunesië was ik onderdeel van de solidariteit van vrouwen, die elke vrijdagmiddag in mijn geboortehuis bijeenkwamen om strategieën van speelse opstand tegen het patriarchale systeem te bespreken. Ik wilde naar Europa om meer kennis op te doen en daarna weer terug naar Tunesië om meer ‘wapens’ te hebben om het patriarchaat te bestrijden.’

‘Als jonge vrouw fantaseerde ik over studeren aan Sorbonne, de Parijse universiteit. Taha Hussein, een bekende blinde schrijver, afkomstig uit een analfabete familie, heeft prachtige boeken geschreven. Hij is afgestudeerd aan de Sorbonne. Ik dacht: als hij dat kan, dan kan ik ook als meisje naar de Sorbonne. Dat leek echt onmogelijk in mijn situatie. Maar na heel veel moeite ben ik toch naar Parijs gegaan en is deze droom werkelijkheid geworden.

‘Ik dacht lange tijd dat het Westen heel geëmancipeerd was en dat wij in Afrika achter liepen. Maar ik kwam er al snel achter dat dat helemaal niet het geval was. Hoe meer ik reisde, met mensen sprak, kennis opdeed, onderzoek deed, hoe meer ik ontdekte dat het patriarchale systeem niet alleen Afrika of Tunesië betreft. Het patriarchale systeem is een epidemie. Iedereen is gevangen in het patriarchale systeem: het onderdrukt niet alleen de vrouwen, maar ook de mannen. Waar ter wereld ik ook ben, ik wil ervoor zorgen dat de emancipatie van mensen hoog op de agenda staat. Daar ben ik zeer gepassioneerd over.’

Waarom ben jij enthousiast over werken bij Atria?

‘Als wetenschapper zag ik vaak dat er wetenschap wordt bedreven die niet maatschappelijk relevant is. Wat Atria bijzonder maakt is dat het wetenschap bedrijft die verankerd wordt in de maatschappij. Er wordt onderzoek gedaan naar thema’s die maatschappelijk relevant zijn. Een instituut als Atria kan echt impact maken en een brug slaan tussen wetenschap en maatschappij. Wat is anders het nut van wetenschap?’

Welke bestuurservaring neem je mee in jouw nieuwe functie als directeur-bestuurder?

‘Ik zie mezelf niet als directeur, maar als leider – dat is echt mijn ding. Ik geloof in collectief leiderschap. Een combinatie van horizontaal en verticaal leiderschap – het zogenaamde matrix leiderschap – is het leiderschap van de 21ste eeuw, in combinatie met een balans tussen mannelijke en vrouwelijke kwaliteiten. Ik heb veel ervaring op het gebied van strategisch advies waarbij mijn ervaringen uit de academische en zakelijke wereld goed van pas komen.’

En wat voeg je op persoonlijk niveau toe aan Atria?

‘Bij Atria is veel kennis beschikbaar, in de collectie en bibliotheek, maar ook bij de medewerkers. Dit vormt een onmisbare bron in de actuele discussies over vrouwenemancipatie en vrouwengeschiedenis. Behalve mijn eigen kennis, ervaring en mijn ondernemerschap, voeg ik daar charisma en passie aan toe. De afgelopen jaren was mijn missie om vrouwen sterker te maken door middel van women empowerment en de godinnendans. De kracht van vrouwen zit in de connectie die vrouwen maken tussen hun brein, hun hart en hun buik.’

‘Zusterschap vind ik ook essentieel. Voor vrouwen steun zoeken bij mannen is het belangrijk dat vrouwen elkaar ook steunen. Het patriarchaat heeft gezorgd voor verdeel en heers, voor competitie die we met elkaar aangingen. Vrouwen kunnen het heel onveilig maken voor elkaar. Dat taboe moeten we onderzoeken en bespreken. Daar is zoveel maatschappelijke winst te behalen. In mijn rol als directeur-bestuurder bij Atria wil ik me actief inzetten voor zusterschap.’

Het IAV, de voorloper van Atria, werd 85 jaar geleden opgericht door drie vrouwen, die vonden dat de geschiedenis van de vrouwenbeweging niet verloren mocht gaan in het licht van de economische crisis en het opkomend fascisme in 1935. Heb je affiniteit met vrouwengeschiedenis?

‘Ik zie de kracht van vrouwelijke afkomst: we dragen allemaal de erfenis van de vrouwen die voor ons streden voor vrouwenrechten. We staan op hun schouders. Ik kom uit een cultuur waar de mondelinge overlevering heel sterk is. Daarin speelt de matriarchale geschiedenis, de stemmen van alle vrouwen voor mij, een belangrijke rol. Atria beschikt over vele bronnen die de verhalen vertellen van de vrouwen voor ons: prachtige, inspirerende en motiverende verhalen die we nog breder en zichtbaarder voor het voetlicht moeten brengen, zodat ze onderdeel worden van onze gezamenlijke geschiedenis. Daar gaan we ons hard voor inzetten.’

In haar afscheidsinterview zei Atria’s voormalig directeur-bestuurder Renée Römkens tegen de Volkskrant zich zorgen te maken om de ‘gender backlash’. Verworven vrouwenrechten kunnen zomaar teruggedraaid worden, ook anno 2019. Hoe kijk jij hier tegenaan?

‘Renée Römkens heeft het raak geformuleerd dat vrouwenrechten momenteel de kanarie in de kolenmijn zijn. Daar moeten we heel waakzaam en alert op blijven. Daarbij moeten we extra oog hebben voor kwetsbare vrouwen in de samenleving, vrouwen van kleur of met een migratie-achtergrond, mensen die zich als vrouw identificeren en vrouwen buiten de Randstad. Er staat een jonge generatie feministen op die zich inzetten voor vrouwenrechten, rechten van LHBTI-ers, voor het klimaat. Kijk naar Lillith, De Bovengrondse, S.P.E.A.K. Deze groepen moet Atria blijvend ondersteunen met gedegen onderzoek, met feiten, cijfers, advies en kennis, zodat zij een krachtige vuist kunnen blijven maken.’  

Wat is jouw visie op intersectionaliteit?

‘Zoals al gezegd “het persoonlijke is politiek”. Ik ben Afrikaans, Arabisch, islamitisch en feministe. Als Tunesische vrouw in Parijs mocht ik alleen werk verrichten dat een ‘echte Française’ niet kon of wilde doen. Dus ik werkte in de schoonmaak, als ziekenverzorger, om mijn studie te kunnen betalen. Vier jaar lang werkte ik als schoonmaker, daar ben ik trots op. Bij mijn schoonmaakadressen werd ik altijd gezien als een onderdanige vrouw uit de Arabische wereld. Ik dacht ‘laat maar’, maar de minachtig deed wel pijn. Daarom vind ik een groot bewustzijn van intersectionaliteit, mensen met andere verhalen, mensen met andere achtergronden – mensen die uit een minderheid komen vanwege seksuele geaardheid, armoede,  handicap – zeer belangrijk. Het verrijkt het feminisme.’

‘Een goed begrip van intersectionaliteit is cruciaal in deze tijd. Alleen met een intersectionele blik kan een instituut als Atria de rol van vrouwen in maatschappelijke een politieke ontwikkelingen in kaart brengen en bijdragen aan de realisatie van gelijke behandeling en kansen voor meisjes en vrouwen, en natuurlijk ook voor mannen. Het gaat daarbij ook om het verzamelen van de vele diverse vrouwengeschiedenissen en vrouwenbewegingen.’

‘Wat ik belangrijk vind is dat we de strijd met het patriarchale systeem samen met mannen aangaan. Ook zij zijn slachtoffer van het patriarchale systeem. Ook een man heeft veel te winnen bij feminisme. Daarom spreek ik graag van “femanisme”.’

‘Feminisme alleen met je brein is armoedig,’ stelde je in een interview in Het Parool. Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot een kennisinstituut als Atria?

‘De godinnendans is een groot onderdeel van mijn leven. Dat heb ik altijd overal mee naartoe genomen. Dat riep in de wetenschap vragen op als: ‘kunnen we haar serieus nemen?’ Tegelijkertijd zag de danswereld mij als ‘te academisch’, en werd mij verteld dat ik te veel in mijn hoofd zat. Wat ben je nou, vroegen mensen zich af. Ik wilde nooit een keuze maken.’
‘We zijn zó gewend om in hokjes te denken. Ik ben moslima, maar ik ben óók andere dingen. Ik ben academica, ik ben docent, ik ben moeder, ik ben ondernemer, ik ben vriendin, ik ben danseres, ik ben Tunesische, ik ben Nederlandse. Je bestaat als mens uit meerdere lagen. Ik vind het mooi om die lagen de ruimte te geven, juist ook op de werkvloer. Je zult zien dat wij de komende jaren steeds meer vanuit buik, hart en hoofd gaan werken. Dát is de nieuwe vorm van leidinggeven, zodat mensen zich gezien en gehoord voelen op verschillende niveaus.’

Eerder sprak je je uit vóór een boerkaverbod. Hoe verhoudt jouw persoonlijk feminisme zich tot jouw positie als directeur-bestuurder van Atria?

‘Allereerst vind ik het belangrijk om te stellen dat meerstemmigheid en pluriformiteit voor zuurstof zorgt. Van elkaar blijven we leren. Ik heb deze uitspraak gedaan toen ik nog geen directeur-bestuurder van Atria was en mijn persoonlijke mening werd gevraagd. Nu als directeur-bestuurder verhoud ik mij natuurlijk tot de organisatie. Atria ziet het als zijn rol  om dialoog te faciliteren en de discussie te evalueren. Dat ga ik zeker met de medewerkers van Atria bespreken. Ik begreep al dat er behoefte bestaat om hier in een veilige setting verder over door te praten met verschillende betrokken vrouwenorganisaties. Ik vind het belangrijk om te luisteren naar de verschillende invalshoeken in deze discussie. Ik begrijp heel goed dat er mensen zijn die moeite hebben met de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding en vooral de weerslag die dit heeft voor het gevoel van veiligheid van islamitische vrouwen, ook die alleen een hoofddoek dragen.’

Bij Atria zijn we ons bewust van de impact van rolmodellen. Wie is jouw rolmodel?

‘Mijn oma is mijn grote inspiratiebron. Zij was analfabete, is opgegroeid in een harem. Zij gaf mij de verhalen door van haar moeder en de moeders van haar moeder. Zo heeft zij mij de fakkel van het feminisme doorgegeven. Maar er zijn nog vele andere vrouwen die mij inspireren. Máxima bijvoorbeeld. En Christine Lagarde, directeur van het Internationaal Monetair Fonds. Ik volg haar al jaren in de Franse media. Zij is een juriste, geen econome. Ze is een teamspeler en weet vooral hoe ze zich moet omringen met de juiste mensen. En belangrijker nog: ze luistert goed naar deze mensen. Dat spreekt mij aan, zo wil ik het eveneens bij Atria aanpakken.’

kaouthar darmoni bij poster van aletta jacobs

Hoe ga je de eerste weken bij Atria vullen?

‘Ik ga me natuurlijk laven aan alle prachtige bronnen en boeken in Atria’s archief en bibliotheek. Daarnaast wil ik intensief kennismaken met de mensen die Atria maken tot wat het nu is. Samen met hen wil ik in gesprek over de toekomst: waar willen we naartoe met Atria? De missie en visie zitten in het DNA van Atria’s medewerkers, dat ga ik niet in mijn eentje doen.’
‘Vergelijk het met de Olympische Spelen: ik neem de fakkel over die dankzij Renée Römkens en het hele team een hele mooie weg heeft afgelegd. Diezelfde vlam die door Aletta Jacobs gedragen is. Feministen toen, feministen nu, met zijn allen dragen we de vlam voort. Ik zie het als een eer dat ik die vlam nu verder mag voeren, samen met de Atria-medewerkers. Strijden met elkaar in onderlinge afhankelijkheid of samenhang, maar ook schijnen. Verankerd in het erfgoed van Atria, in de geest van Aletta. Samen! Met de LHBTI-gemeenschap. Met mensen van verschillende culturele achtergronden. Met mannen. Met íedereen.’

Bedankt, Kaouthar! Veel succes bij Atria.

‘Dank je wel, ik heb er zin in!’

***

Profiel Kaouthar Darmoni
Kaouthar Darmoni (1968) is van oorsprong Tunesisch. Ze studeerde af op gender studies aan de Université Paris-Sorbonne en promoveerde aan de Université Lumières Lyon II. Ze woont en werkt sinds vele jaren in Nederland. Ze heeft diverse (academische) publicaties op haar naam staan, bijna twintig jaar ervaring met gender- en media studies en is daarnaast een ervaren ondernemer, spreker over vrouwelijk leiderschap en mediapersoonlijkheid. Ze is actief binnen verschillende internationale vrouwenbewegingen. De afgelopen jaren was ze ook actief als godinnendanscoach, om vrouwen te versterken. Per 1 oktober 2019 is zij de nieuwe directeur-bestuurder van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis.

Foto’s: Jaap Beyleveld

Delen: