Vrouwenkiesrecht in voormalige Nederlandse Antillen

special Vrouwenkiesrecht in voormalige Nederlandse Antillen

In 2019 is het 100 jaar geleden dat vrouwen in Nederland het recht kregen om te mogen stemmen, nadat zij in 1917 passief kiesrecht verworven. Anders was de situatie in 1919 in de drie koloniën van Nederland. In Nederlands-Indië werd het algemeen vrouwenkiesrecht in 1945 ingevoerd. Op de Nederlandse Antillen in 1948 en in Suriname was dat pas in 1963.

Hoe verliep de strijd om algemeen kiesrecht in de koloniën? Welke vrouwen waren er actief in de kiesrechtstrijd? En hoe verhielden de Nederlandse feministes zich tot de koloniën?

Nederlandse Antillen

In 1865, twee jaar na de afschaffing van de slavernij, voerde de Nederlandse regering een regeringsreglement in voor meer autonomie in Suriname en Curaçao en Onderhorigheden (hierna Curaçao), tot 1936 de verzamelnaam voor de eilanden Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba. In tegenstelling tot Suriname kwam er op Curaçao geen gekozen volksvertegenwoordiging. De macht bleef hier vooral in handen van de lokale gouverneur, die door Nederland benoemd werd.

Positie van vrouwen

De sociaaleconomische positie van vrouwen veranderde na de afschaffing van de slavernij nauwelijks. Door hun lage inkomen moesten vrouwen uit de lagere klasse – hoofdzakelijk zwarte vrouwen – naast de zorg voor kinderen en het huishouden noodgedwongen extra arbeid verrichten om de familie te onderhouden. De rooms-katholieke (rk) kerk speelde een belangrijke rol in het opleiden en creëren van werkgelegenheid voor de bevrijde vrouwen en mannen. Begin 20e eeuw werd het werk als hoedenvlechter een van de belangrijkste bronnen van inkomen. Ook waren veel vrouwen eigenaar van kleine winkels of werkten als kinderjuffrouw. De rk kerk stimuleerde de waarden van het kerngezin: man, vrouw en kinderen, waarbij de vrouw ondergeschikt is aan de man. De overwegend witte (protestantse) vrouwen uit de hogere klasse waren, volgens de Westerse standaard, vaak huismoeder.

Passief vrouwenkiesrecht

Tot 1937 konden alleen mannen die een bepaalde belasting betaalden, stemmen en zich verkiesbaar stellen (het zogenaamde censuskiesrecht). Mannen die hier niet aan konden voldoen en alle vrouwen waren uitgesloten van het kiesrecht. Dit veranderde deels met de invoering van de nieuwe staatsregeling in 1937 voor Suriname en Curaçao. De eilanden heetten voortaan Gebiedsdeel Curaçao. Curaçao kreeg een eigen parlement (Staten van Curaçao), het censuskiesrecht voor mannen vanaf 25 jaar werd uitgebreid met beperkt ‘capaciteitskiesrecht’ (zes jaar lagere school) en vrouwen vanaf 25 jaar kregen passief kiesrecht. Hierdoor konden vrouwen zich voor het eerst verkiesbaar stellen.

portret van tweede kamerlid betsy bakker nort

Portret van Betsy Bakker-Nort, fotograaf A.S. Weinberg, 1922, Collectie IAV-Atria

De verwerving van het passief kiesrecht in Suriname en Curaçao was vooral te danken aan de inspanningen van de Tweede Kamerlid Betsy Bakker-Nort (1874-1946) van de Vrijzinnig-Democratische Bond. Ze deelde de mening van de minister van Koloniën, Hendrik Colijn, dat de Curaçaose samenleving nog niet toe was aan de invoering van passief en actief vrouwenkiesrecht niet en diende in 1936 een amendement in. In haar rede in de Tweede Kamer bracht ze naar voren:

Maar, Mijnheer de Voorzitter, behooren de vrouwen in West-Indië dan niet tot het volk? Zijn ze niet een deel der natie? Dat schijnt zoo, nu deze zelfde Minister van oordeel is, dat in West-Indië een echte volksvertegenwoordiging kan bestaan zonder dat daar de stem van de vrouw zal worden gehoord.

Bron: Kamerverslag over onder meer kamerstuk 53 over de herziening van de Reglementen op het beleid der Regeering in de Koloniën Suriname en Curacao, 13 maart 1936

Actief vrouwenkiesrecht

Uitsluiting van stemrecht raakte alle Curaçaose vrouwen. Vrouwen van allerlei klassen gingen zich organiseren. De groep ‘Damanan di Djarason’ (Woensdagvrouwen) was onderdeel van de vrouwenvleugel van de Nationale Volkspartij van Dr. Moises Da Costa Gomez (1907-1966). Deze politicus en voormalig lid van de Katholieke Partij Curaçao, pleitte voor meer autonomie op Curaçao en algemeen kiesrecht voor alle Curaçaose inwoners. Vanwege het paternalistische standpunt van de Katholieke partij over vrouwen en de gekleurde bevolking, zegde hij zijn lidmaatschap op en richtte in 1948 de Nationale Volkspartij op.

Strijders van het vrouwenkiesrecht

De groep ‘Damanan di Djarason’ werd geleid door Clarita da Costa Gomez (1890-1964), Thelma Römer-da Costa Gomez (1921-2007) en Mena van West-Davelaar. Ze kwamen elke woensdag bijeen op het hoofdkantoor van de Nationale Volkspartij. De Woensdagvrouwen liepen van deur tot deur om handtekeningen te verzamelen en vrouwen voor te lichten over het belang van het vrouwenkiesrecht.

portret van adele rigaud oprichter vrouwenvleugel katholieke volkspartij op curacao

Portret van Adèle Rigaud in bijlage van Archiefvriend, september 2015, Nationaal Archief Curaçao

Ook de Katholieke Volkspartij, voortgekomen uit de Katholieke Partij Curaçao, streed voor het vrouwenkiesrecht. Grote voorvechter was Adèle Rigaud (1924-1967). Zij richtte de vrouwenvleugel van deze partij op en werd de president van ‘Luchadonan pa Derecho di Voto pa Hende Muhe’ (Strijders van het vrouwenkiesrecht). Het archief van Rigaud bevindt zich in het Nationaal Archief Curaçao.

Petities

Samen met de Woensdagvrouwen trok de groep op om petities die het vrouwenkiesrecht steunden in te dienen. Binnen vier dagen verzamelden de vrouwen ruim 1000 handtekeningen en op 26 februari 1948 stuurden ze een brief naar de Nederlandse minister-president dr. Louis Beel:

Geven met verschuldigde eerbied te kennen, ondergetekenden, vrouwelijke inwoners van Curaçao, uit alle rangen, standen en van verschillende geloofsovertuigingen: dat in verband met de komende herziening in de Staatsregeling zij gaarne haar volle kracht willen geven aan Curaçao; dat zij dit niet alleen wensen te doen binnen het gezinsverband, maar ook middels de stembus, om haar invloed uit te oefenen op de komende vertegenwoordiging.

Bron: Nationaal Archief Curaçao

portret van tweede kamerlid nancy tendeloo

Portret van Tweede Kamerlid Nancy (Corrie) Tendeloo © F.L. Lemaire, Collectie IAV-Atria

De inspanningen van de Curaçaose vrouwen werpen hun vruchten af. De Tweede Kamerleden Nancy Tendeloo en Wim de Kort stellen voor om het woord ‘mannelijk’ te schrappen in het wetsontwerp tot wijziging van de Curaçaose staatsregeling. In Het Vrije Volk van donderdag 18 maart 1948:

Na een korte discussie die volgde op het antwoord van de minister van Overzeese Gebiedsdelen Jonkman heeft de Tweede Kamer woensdagmiddag de wetsontwerpen tot wijziging van de staatsregelingen van Suriname en Curaçao zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

Daarmee was het algemeen kiesrecht voor vrouwen en mannen op zowel Curaçao als Suriname een feit. De zes eilanden kregen de naam Nederlandse Antillen en alle Statenleden werden door middel van algemene verkiezingen gekozen.

Vrouwelijke politici

Op donderdag 17 maart 1949 gingen vrouwen op Curaçao voor het eerst naar de stembus. Deden aan de verkiezingen in 1945 alleen 4000 mannen mee, in 1949 brachten ruim 37.000 mensen hun stem uit. 18.000 mannen en 19.000 vrouwen. Grote winnaar van de verkiezingen was de Nationale Volkspartij van Dr. Da Costa Gomez met vier zetels. De eerste vrouw die in de nieuwe Staten van de Nederlandse Antillen werd gekozen, was Altagracia (‘Tata’) de Lannoy-Willems (1913-1983) namens de Nationale Volkspartij (NVP).

In 1951 werd Louisa van der Linde-Helmijr als tweede vrouwelijke Staatslid gekozen. In datzelfde jaar werd Altagracia de Lannoy-Willems gekozen tot lid van de Eilandsraad van Curaçao.

maria liberia peters tweede vrouwelijke premier van curacao

Portret van Maria Liberia Peters, tweede vrouwelijke premier

Hoewel het ruim tien jaar heeft geduurd voordat een vrouw in de politiek werd gekozen sinds de invoering van het passief vrouwenkiesrecht in 1937, heeft Curaçao sindsdien al vijf vrouwelijke premiers gekend. De eerste vrouwelijke premier in 1977 was Lucina Elena da Costa Gomez-Matheeuws (1929-2017). In 1984 werd Maria Liberia-Peters gekozen, gevolgd door Suzanne Camelia-Römer in 1993 en in 1998. En Mirna Louisa-Godett van 2003 tot 2004. Emily Saïdy de Jongh-Elhage was van 2006-2010 premier en tevens de laatste regeringsleider van de Nederlandse Antillen.

Op Sint Maarten trad Sarah Wescott-Williams in 2010 aan als eerste vrouwelijke premier, op Aruba was dat Evelyn Wever-Croes in 2017.

College over algemeen kiesrecht in de voormalige Nederlandse Antillen

Sprekers zijn prof. dr. Rosemarijn Hoefte, hoogleraar Geschiedenis van Suriname sinds 1873 in vergelijkend perspectief, en Glenn Helberg, Curaçaos-Nederlands psychiater en activist.

Koloniale verhoudingen

Begin 20e eeuw ondernamen diverse Nederlandse feministes buitenlandse reizen, om ook buiten Europa de vrouwenkiesrechtstrijd aan te wakkeren. Zo maakten Rosa Manus en Carrie Chapman Catt van eind 1922 tot begin 1923 een reis door Latijns-Amerika. In 1920 was Latijns-Amerika het enige continent waar vrouwen nog geen kiesrecht hadden. Na het congres van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht in Genève in 1920, schreef Catt aan Aletta Jacobs: “We really ought to go hot and fast after those Spanish countries and wake the women up to demand their rights” (brief 11 oktober 1920, Papers Aletta Jacobs nr. 122).

In het archief van Carrie Chapman Catt bevindt zich een album van deze reis met foto’s van de verschillende landen die ze bezochten, waaronder Brazilië, Argentinië, Uruguay, Venezuela en Curaçao.

groep plattelandsvrouwen uit curacao voor hun woning

Groep vrouwen op op Curaçao. Foto uit het album van Carrie Chapman Catt van haar wereldreis met Rosa Manus om propaganda te maken voor het vrouwenkiesrecht.

Lees verder

Delen:

Gerelateerde artikelen